Extract uit het Boek der Besluiten van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam.
Origineel
Extract uit het Boek der Besluiten van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam. 7 juni 1940. Nº 25/94/3 M. 1940 17/6 [linkerbovenhoek]
Markth. [handgeschreven rechterbovenhoek]
No. 526 L.M. 1940.
Kwijtschelding van marktgeld op gronden van billijkheid.
E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten van
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam.
Vrijdag, 7 Juni 1940.
[Handgeschreven aantekening rechts van de datum, slecht leesbaar, mogelijk een paraaf of naam]
Op voorstel van den Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen wordt het volgende besluit genomen:
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam,
Gezien het rapport van den Directeur van den Dienst van het Marktwezen d.d. 30 Mei 1940, No. 25/94/2 M;
Overwegende, dat het den nader te noemen zes kooplieden van Duitsche nationaliteit, die vaste plaatsen op de markt in de Albert Cuypstraat bezetten, vanaf 10 Mei 1940 van Regeeringswege verboden was hun woningen te verlaten, zoodat zij gedurende de periode van 10 tot 16 Mei 1940 geen gebruik van hun marktplaats konden maken;
Gelet op art. 10 der verordening op de heffing van markt- standplaats- en ventgelden;
B e s l u i t e n :
aan A. Nadler, Weesperstraat 9-I, J. Simon, Lijnbaansgracht 266-I, M.K. Madelong, Thérèse Schwartzeplein 33-II, F.H. Kühnel, 2e Jacob van Campenstraat 107 hs., A. Heidemann, Zoomstraat 9-I en H.J. Unger, Sarphatistraat 80 hs., op gronden van billijkheid kwijtschelding van door hen verschuldigd marktgeld te verleenen voor den tijd van een kalenderweek, derhalve ieder tot een bedrag van f 1.35.
Afschrift van dit besluit zal worden gegeven aan de afdeelingen Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen (3 stuks) en Financiën (2 stuks).
Sh.
Voor eensluidend extract,
de Secretaris,
(get.) VAN LIER.
[Handgeschreven onderaan links:]
Staat afschrift naar N. Markth.
Met verzoek schuld te verminderen
24/6 40 [onleesbare paraaf]
[Handgeschreven en stempel rechtsonder:]
opbergen [stempel]
P 10/7 '40 * Kern van het besluit: Het college van B&W van Amsterdam besluit om zes markthandelaren van de Albert Cuypmarkt een week marktgeld (f 1.35 per persoon) kwijt te schelden.
* Juridische grondslag: Het besluit is genomen op "gronden van billijkheid" en met verwijzing naar artikel 10 van de geldende marktverordening.
* Aanleiding: De betrokkenen zijn "kooplieden van Duitsche nationaliteit". Zij mochten tussen 10 en 16 mei 1940 hun huis niet verlaten, waardoor zij hun beroep niet konden uitoefenen.
* Administratieve afhandeling: Het besluit is getekend door Secretaris Van Lier. Handgeschreven nota's laten zien dat de opdracht op 24 juni 1940 naar de Markthallen is gestuurd om de boekhouding aan te passen, waarna het document op 10 juli 1940 in het archief is geplaatst. Dit document is direct verbonden met de gebeurtenissen rond de Duitse inval in Nederland op 10 mei 1940.
Direct na de inval beval de Nederlandse regering de internering of het huisarrest van personen met de Duitse nationaliteit ("Rijksduitsers"), omdat zij als een potentieel gevaar voor de staatsveiligheid werden gezien. Onder deze groep bevonden zich echter ook veel (Joodse) vluchtelingen die nazi-Duitsland waren ontvlucht, maar formeel nog de Duitse nationaliteit bezaten.
Uit de namen en adressen in het document (zoals de Weesperstraat en de Sarphatistraat) valt op te maken dat een deel van deze handelaren waarschijnlijk tot de Joodse gemeenschap behoorde. Het document illustreert de wrange situatie waarin zij direct bij aanvang van de bezetting terechtkwamen: eerst beperkt door de Nederlandse overheid als "vijandige onderdanen", en kort daarna (ten tijde van dit besluit) al levend onder het regime van de Duitse bezetter. Het feit dat dit administratieve proces van kwijtschelding gewoon doorging, toont de continuïteit van de gemeentelijke bureaucratie in de eerste maanden van de bezetting.