Archief 745
Inventaris 745-316
Pagina 103
Dossier 24
Jaar 1940
Stadsarchief

Ambtelijke brief/memorandum.

23 november 1940. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Publieke Werken of een aanverwante technische dienst). Aan: Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam ("Alhier").

Origineel

Ambtelijke brief/memorandum. 23 november 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Publieke Werken of een aanverwante technische dienst). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam ("Alhier"). [Rechtsboven, handgeschreven:]
ten Gl. d. Secr.

[Linksboven, getypt:]
VP/HG.
25/104/4 M.
n 2

[Midden boven, handgeschreven:]
Verzonden 23/11-140

[Rechtsboven, getypt:]
23 November 1940.

[Onderwerp, links:]
Uitsluiting rijwielverkeer
Albert Cuypstraat.

[Adressering, rechts:]
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

[Inhoud:]
Onder terugzending van de met Uw kantbrief d.d. 20 November jl. om advies ontvangen stukken no.988 L.M.1940 heb ik de eer U te berichten, dat ik mij vereenig met het zich onder deze stukken bevindende advies van den Hoofdcommissaris van Politie d.d. 15 November jl. (No.4847/V 1940 Dossier Vr B Groep B).

Ik geef U mitsdien beleefd in overweging wel te willen bevorderen, dat in den door den Hoofdcommissaris voorgestelden zin wordt besloten.

[Ondertekening:]
De Directeur,

[Handgeschreven aantekeningen onderaan:]
(In rood potlood/inkt:)
reeds medegedeeld [?]
nog niet geschied 17/1 1941

(In blauwe inkt, links in kader:)
1431 AZ

(In blauwe inkt, midden/rechts:)
Voor afd L.M.
ter verdere afhandeling
gezonden aan Burgemeester

(Onderaan rechts:)
dus afwachten
[Paraaf] Dit document betreft een ambtelijke correspondentie over een verkeersmaatregel in de Albert Cuypstraat te Amsterdam tijdens de eerste maanden van de Duitse bezetting. De directeur van een niet nader genoemde gemeentelijke dienst adviseert de Wethouder voor de Levensmiddelen om fietsverkeer in deze straat te verbieden.

De directeur baseert zijn positieve advies op een eerder rapport van de Hoofdcommissaris van Politie. Het feit dat de Wethouder voor de Levensmiddelen hierbij betrokken is, wijst erop dat de maatregel direct verband houdt met de exploitatie van de Albert Cuypmarkt. Fietsverkeer werd blijkbaar als hinderlijk of gevaarlijk beschouwd voor de marktkooplieden en het winkelend publiek, zeker in een tijd waarin de voedselvoorziening en marktordening steeds strikter gereguleerd werden.

De handgeschreven kanttekeningen tonen het bureaucratische proces: de brief is verzonden op 23 november 1940, maar op 17 januari 1941 is de besluitvorming ("nog niet geschied") blijkbaar nog gaande. Het dossier is uiteindelijk doorgeleid naar de Burgemeester voor definitieve afhandeling. In november 1940 was de Duitse bezetting van Nederland ongeveer een half jaar oud. Hoewel het dagelijks leven op het eerste gezicht nog redelijk normaal leek, nam de regeldruk vanuit zowel de bezetter als het collaborerende of aansturende ambtenarenapparaat toe.

De Albert Cuypmarkt was (en is) een vitaal onderdeel van de Amsterdamse voedselvoorziening. Tijdens de oorlog werd de marktorde strenger bewaakt om de stroom van goederen en mensen te beheersen. Het uitsluiten van rijwielverkeer in dergelijke drukke marktstraten was een logische stap ter bevordering van de orde en veiligheid, maar ook een teken van de toenemende regulering van de publieke ruimte. De betrokkenheid van de "Wethouder voor de Levensmiddelen" is cruciaal, aangezien deze functionaris verantwoordelijk was voor de distributie en verkoop van schaarser wordende goederen.

Samenvatting

Dit document betreft een ambtelijke correspondentie over een verkeersmaatregel in de Albert Cuypstraat te Amsterdam tijdens de eerste maanden van de Duitse bezetting. De directeur van een niet nader genoemde gemeentelijke dienst adviseert de Wethouder voor de Levensmiddelen om fietsverkeer in deze straat te verbieden.

De directeur baseert zijn positieve advies op een eerder rapport van de Hoofdcommissaris van Politie. Het feit dat de Wethouder voor de Levensmiddelen hierbij betrokken is, wijst erop dat de maatregel direct verband houdt met de exploitatie van de Albert Cuypmarkt. Fietsverkeer werd blijkbaar als hinderlijk of gevaarlijk beschouwd voor de marktkooplieden en het winkelend publiek, zeker in een tijd waarin de voedselvoorziening en marktordening steeds strikter gereguleerd werden.

De handgeschreven kanttekeningen tonen het bureaucratische proces: de brief is verzonden op 23 november 1940, maar op 17 januari 1941 is de besluitvorming ("nog niet geschied") blijkbaar nog gaande. Het dossier is uiteindelijk doorgeleid naar de Burgemeester voor definitieve afhandeling.

Historische Context

In november 1940 was de Duitse bezetting van Nederland ongeveer een half jaar oud. Hoewel het dagelijks leven op het eerste gezicht nog redelijk normaal leek, nam de regeldruk vanuit zowel de bezetter als het collaborerende of aansturende ambtenarenapparaat toe.

De Albert Cuypmarkt was (en is) een vitaal onderdeel van de Amsterdamse voedselvoorziening. Tijdens de oorlog werd de marktorde strenger bewaakt om de stroom van goederen en mensen te beheersen. Het uitsluiten van rijwielverkeer in dergelijke drukke marktstraten was een logische stap ter bevordering van de orde en veiligheid, maar ook een teken van de toenemende regulering van de publieke ruimte. De betrokkenheid van de "Wethouder voor de Levensmiddelen" is cruciaal, aangezien deze functionaris verantwoordelijk was voor de distributie en verkoop van schaarser wordende goederen.

Gerelateerde Documenten 6