Administratieve oproepkaart/notitie betreffende markttoezicht.
Origineel
Administratieve oproepkaart/notitie betreffende markttoezicht. 26 juni 1940. [Bovenzijde, paarse stempel]
Nº 28/109/co M. 1940
[Linkerkolom]
Opgeroepen per
(datum) 26.-6.-'40...... (uur) 9. 1/4 - 1.4...
wegens niet geregeld bezetten plaats
op de markt
[handgeschreven] Alb. Cuypstraat
[handgeschreven] Voorkeurskaart nr 478
Aan
m. Ephraim
Swammerdamstraat 33 II
[Rechterkolom]
Aanteekeningen Inspecteur:
[handgeschreven] Zal voortaan
twee dagen per week
plaats innemen.
26-6-'40
deBoer
[handgeschreven] H. v. Moerkerken
ter kennisneming
27/6-'40 Eph
[paars potlood/stempel] v Bergen 28/6 R Dit document is een officiële vastlegging van een verzuim door een marktkoopman. De heer M. Ephraim, woonachtig aan de Swammerdamstraat 33 II, is op 26 juni 1940 om 9:15 uur opgeroepen om zich te verantwoorden. De reden van de oproep is het "niet geregeld bezetten" van zijn toegewezen standplaats op de Albert Cuypmarkt. Hij beschikte over een voorkeurskaart met nummer 478.
Uit de aantekeningen van inspecteur De Boer blijkt dat er een afspraak is gemaakt: Ephraim belooft voortaan minimaal twee dagen per week zijn plaats in te nemen. Het document is vervolgens voor "kennisneming" getekend door H. v. Moerkerken en een andere functionaris (mogelijk v. Bergen) op respectievelijk 27 en 28 juni. Het document dateert van kort na de Duitse inval in Nederland (mei 1940). Hoewel de administratie van de markt in deze fase nog grotendeels op de reguliere, vooroorlogse wijze lijkt te verlopen, is de context van de vroege bezettingstijd van belang. De Swammerdamstraat bevond zich in een buurt met veel Joodse inwoners. Gezien de naam M. Ephraim en de locatie, is het zeer waarschijnlijk dat de betrokkene een Joodse marktkoopman was. In de loop van 1941 zouden de beperkingen voor Joodse markthandelaren door de bezetter drastisch worden aangescherpt, wat uiteindelijk leidde tot het volledig verbieden van hun aanwezigheid op reguliere markten zoals de Albert Cuyp. Dit document toont de bureaucratische voorfase waarin de marktmeesters nog streng toezagen op de naleving van de standplaatsvergunningen. M. Ephraim