Handgeschreven verzoekschrift met ambtelijke beschikking.
Origineel
Handgeschreven verzoekschrift met ambtelijke beschikking. 19 juni 1940 (verzoek) / 20 juni 1940 (besluit). M. Slangjas (Moses Slangjas). De Heer Inspecteur van het Marktwezen, Amsterdam. Amsterdam 19 Juni 1940
Waarde Mijnheer aangezien
mijn zoon mij dikwijls
assisteert & zoodoende zou ik
uw willen vragen om toe-
stemming van uw te mogen
verkrijgen om dat mijn zoon
mijn assisteren mag hij is
30 september 1922 geboren
dus hij is ruim zeventien jaar
zijn Naam is Jesaija
Slangjas
woont bij mij in alhier
Rapenburgerstraat
16 1ste etage
achtend M. Slangjas
Rapenburgerstraat 16 III
den Heer Inspecteur
v/h Marktwezen
Alhier
№ 25 / 110 / M. 1940 (gestempeld/geschreven)
M.C.: Geen bezwaar daar aan het
verzoek van M. Slangjas, pl. zoo Al be.
betreffende assistentie door zijn zoon
Jesaija Slangjas, geb. 30-9-'22, wordt
tegemoetgekomen.
Amst. 20/6-40
[Handtekening]
--- Het document is een formeel, doch eenvoudig geformuleerd verzoek van Moses Slangjas aan de inspecteur van het Amsterdamse Marktwezen. De schrijver vraagt officieel toestemming om geholpen te worden door zijn zoon, Jesaija, die op dat moment 17 jaar oud is.
Opmerkelijk is dat er twee verdiepingen worden genoemd: "1ste etage" en "16 III" (3-hoog). De ambtelijke verwerking onderaan de brief ("M.C." staat waarschijnlijk voor Marktcommissie) laat zien dat het verzoek zeer vlot werd afgehandeld; binnen één dag (20 juni) werd het verzoek ingewilligd. De tekst in het ambtelijke deel is in een ander handschrift en bevat typische administratieve afkortingen van die tijd.
--- Dit document is geschreven slechts vijf weken na de Nederlandse capitulatie in mei 1940. Hoewel de Duitse bezetting net was begonnen, liep de dagelijkse administratie en de regelgeving rondom de Amsterdamse markten aanvankelijk op de oude voet door.
De locatie, Rapenburgerstraat 16, bevond zich in het hart van de oude Joodse buurt van Amsterdam. Moses Slangjas en zijn zoon Jesaija waren van Joodse afkomst. De Rapenburgerstraat was een levendige straat met veel markthandelaren. In de jaren die volgden op deze brief, zouden de anti-Joodse maatregelen van de bezetter de bewegingsvrijheid en de economische positie van deze familie volledig vernietigen. Uit archieven (zoals het Joods Monument) blijkt dat zowel Moses als Jesaija de Holocaust niet hebben overleefd; zij zijn beiden in 1942 of 1943 vermoord in de concentratiekampen. Dit alledaagse document over een vader die hulp vraagt van zijn zoon krijgt daardoor een zeer wrange historische lading.