Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 21 juni 1940. A. v. Haeften. Nº 25/112/ M. 1940 24/6
A'dam 21 Juni 1940.
Mijnheer.
ik vraag u beleefd, mij
een bewijs te willen
verstrekken, voor mij zoon
dat het goed is dat deze
mij behulpzaam is aan de
kar, aangezien ik het
alleen niet afkan.
Standplaats. Albertcuijpstr
bij voorbaat mijn dank.
A. v. Haeften.
A. V. HAEFTEN.
2e Jac. v. Campenstr
118 II
A'da De brief is een formeel maar eenvoudig verzoek van een marktkoopman of straathandelaar aan een officiële instantie (waarschijnlijk de Dienst van het Marktwezen, gezien de "M" in het referentienummer). De schrijver, A. van Haeften, verzoekt om een officieel bewijs of vergunning zodat zijn zoon hem mag helpen bij "de kar".
De opgegeven reden is fysieke noodzaak: de afzender kan het werk alleen niet meer aan ("aangezien ik het alleen niet afkan"). De standplaats wordt specifiek genoemd als de Albert Cuypstraat, de locatie van de bekende Amsterdamse markt. Het handschrift is verzorgd en de toon is beleefd. De toevoeging van de naam in blokletters en het volledige adres onderaan wijst op een poging tot administratieve duidelijkheid. Dit document dateert van kort na de Nederlandse capitulatie in mei 1940. Tijdens de vroege dagen van de Duitse bezetting bleven veel civiele administratieve processen in Amsterdam in eerste instantie ongewijzigd doorlopen, maar werden regels voor markthandel en vergunningen vaak strikter gehandhaafd of aangepast aan nieuwe distributieregels.
De Albert Cuypmarkt was in 1940 al een centraal punt voor de handel in Amsterdam. Voor marktkooplieden was het essentieel om over de juiste papieren te beschikken voor hun assistenten, zeker als dit familieleden waren, om boetes of het intrekken van de standplaatsvergunning te voorkomen. De 2e Jacob van Campenstraat ligt in de wijk De Pijp, op loopafstand van de Albert Cuypmarkt, wat gebruikelijk was voor marktkooplieden uit die tijd.