Archief 745
Inventaris 745-316
Pagina 157
Dossier 24
Jaar 1940
Stadsarchief

Officiële brief/vergunning.

22 juli 1940. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen Amsterdam).

Origineel

Officiële brief/vergunning. 22 juli 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen Amsterdam). HG. [handgeschreven:] extra

25/113/2 M.

22 Juli 1940.

den Heer M. Groen,
Blasiusstraat 97 II,
Amsterdam-Oost.
Wijk 11.

Naar aanleiding van Uw brief d.d. 24 Juni jl.
verleen ik U hierby tot wederopzegging toestemming zich op Uw
plaats op de markt(en) Albert Cuypstraat
te laten bystaan - niet vervangen - door Mw.A. Renter-Abram.

De Directeur, Dit document is een formele kennisgeving van de directeur van een niet nader genoemde dienst (gezien de context hoogstwaarschijnlijk de Dienst van het Marktwezen in Amsterdam) aan een marktkoopman, de heer M. Groen.

De brief verleent de heer Groen toestemming om zich op zijn standplaats aan de Albert Cuypstraat te laten bijstaan door een specifiek persoon: Mevr. A. Renter-Abram. Er wordt expliciet vermeld dat het gaat om "bijstaan" en nadrukkelijk "niet vervangen". Dit betekent dat de vergunninghouder (Groen) zelf aanwezig moet blijven en dat de assistent hem enkel mag helpen, maar niet in zijn plaats de handel mag drijven. De toestemming is geldig "tot wederopzegging", wat betekent dat de overheid het recht behoudt om dit besluit op elk moment in te trekken.

De spelling vertoont kenmerken van de tijd, zoals "hierby" en "bystaan" met een 'y' (wat op schrijfmachines vaak werd gebruikt voor de 'ij'). Bovenaan is met de hand het woord "extra" toegevoegd, wat mogelijk duidt op een specifieke administratieve status of een kopie voor een bepaald dossier. De datum van de brief, 22 juli 1940, is saillant: het is slechts twee maanden na de Nederlandse capitulatie en het begin van de Duitse bezetting. In deze vroege fase van de bezetting functioneerde het Nederlandse ambtelijke apparaat nog grotendeels op de oude voet, hoewel de invloed van de bezetter langzaam merkbaar werd.

De Albert Cuypmarkt was (en is) een van de belangrijkste markten van Amsterdam. De wijk waarin de heer Groen woonde (Amsterdam-Oost, specifiek de Blasiusstraat) en de achternamen 'Groen' en 'Renter-Abram' suggereren dat het hier mogelijk gaat om leden van de omvangrijke Joodse gemeenschap die destijds in dit deel van Amsterdam woonde en werkzaam was in de markthandel.

Vanaf september 1940 zouden de eerste anti-Joodse maatregelen van de bezetter van kracht worden, die uiteindelijk zouden leiden tot de uitsluiting van Joden uit het openbare leven en de markthandel. Dit document geeft een inkijkje in de normale bureaucratische gang van zaken vlak voordat deze ingrijpende en tragische veranderingen de Joodse marktkooplieden zouden treffen.

Samenvatting

Dit document is een formele kennisgeving van de directeur van een niet nader genoemde dienst (gezien de context hoogstwaarschijnlijk de Dienst van het Marktwezen in Amsterdam) aan een marktkoopman, de heer M. Groen.

De brief verleent de heer Groen toestemming om zich op zijn standplaats aan de Albert Cuypstraat te laten bijstaan door een specifiek persoon: Mevr. A. Renter-Abram. Er wordt expliciet vermeld dat het gaat om "bijstaan" en nadrukkelijk "niet vervangen". Dit betekent dat de vergunninghouder (Groen) zelf aanwezig moet blijven en dat de assistent hem enkel mag helpen, maar niet in zijn plaats de handel mag drijven. De toestemming is geldig "tot wederopzegging", wat betekent dat de overheid het recht behoudt om dit besluit op elk moment in te trekken.

De spelling vertoont kenmerken van de tijd, zoals "hierby" en "bystaan" met een 'y' (wat op schrijfmachines vaak werd gebruikt voor de 'ij'). Bovenaan is met de hand het woord "extra" toegevoegd, wat mogelijk duidt op een specifieke administratieve status of een kopie voor een bepaald dossier.

Historische Context

De datum van de brief, 22 juli 1940, is saillant: het is slechts twee maanden na de Nederlandse capitulatie en het begin van de Duitse bezetting. In deze vroege fase van de bezetting functioneerde het Nederlandse ambtelijke apparaat nog grotendeels op de oude voet, hoewel de invloed van de bezetter langzaam merkbaar werd.

De Albert Cuypmarkt was (en is) een van de belangrijkste markten van Amsterdam. De wijk waarin de heer Groen woonde (Amsterdam-Oost, specifiek de Blasiusstraat) en de achternamen 'Groen' en 'Renter-Abram' suggereren dat het hier mogelijk gaat om leden van de omvangrijke Joodse gemeenschap die destijds in dit deel van Amsterdam woonde en werkzaam was in de markthandel.

Vanaf september 1940 zouden de eerste anti-Joodse maatregelen van de bezetter van kracht worden, die uiteindelijk zouden leiden tot de uitsluiting van Joden uit het openbare leven en de markthandel. Dit document geeft een inkijkje in de normale bureaucratische gang van zaken vlak voordat deze ingrijpende en tragische veranderingen de Joodse marktkooplieden zouden treffen.

Gerelateerde Documenten 6