Ambtelijke brief (waarschijnlijk een doorslag voor het archief)
Origineel
Ambtelijke brief (waarschijnlijk een doorslag voor het archief) 8 juli 1940 De Directeur (van de Marktdienst Amsterdam) den Heer S. Pinto Jr., Govert Flinckstraat 255 huis, Amsterdam-Zuid [Handgeschreven aantekening bovenaan: extra]
G.
25/125/3 M
8 Juli 1940.
den Heer S. Pinto Jr.,
Govert Flinckstraat 255 huis,
Amsterdam-Zuid.
My is gerapporteerd, dat U zich op Dinsdag 2 Juli
jl. op de markt aan de Albert Cuypstraat wanordelyk heeft
gedragen, waardoor de orde op de markt werd verstoord.
In verband met dit feit bericht ik U, dat ik U,
overeenkomstig het bepaalde in artikel 39 lid 1 van het Re-
glement op de Markten, het recht heb ontnomen om op een der
markten hier ter stede een plaats te bezetten voor den tyd
van 14 dagen, namelyk vanaf Donderdag 11 tot en met Woensdag
24 Juli 1940.
De Directeur, Het document is een officiële schriftelijke aanzegging van een disciplinaire maatregel tegen een marktkoopman. De heer S. Pinto Jr. wordt voor veertien dagen (van 11 t/m 24 juli 1940) uitgesloten van alle markten in Amsterdam vanwege "wanordelijk gedrag" op de Albert Cuypmarkt op 2 juli van dat jaar. De Directeur van de Marktdienst beroept zich hierbij op de bevoegdheden die hem toekomen via het Marktreglement (artikel 39, lid 1).
De taal is formeel en ambtelijk. Opvallend is het gebruik van de 'y' in plaats van de 'ij' (zoals in "My", "wanordelyk" en "namelyk"), wat destijds op typemachines en in bepaalde schrijftradities gebruikelijk was. Het document is een zakelijke weergave van de uitoefening van gemeentelijk gezag over de openbare orde op marktplaatsen. De datum van de brief, 8 juli 1940, is van historisch belang: de Nederlandse bevolking leefde toen net twee maanden onder de Duitse bezetting. Hoewel de brief een standaard administratieve maatregel lijkt, is de context van de ontvanger relevant. De naam S. Pinto Jr. is een veelvoorkomende naam binnen de Joodse gemeenschap van Amsterdam, en de Govert Flinckstraat ligt direct achter de Albert Cuypmarkt in een buurt waar destijds veel Joodse burgers woonden en werkten.
In de beginfase van de bezetting bleven de Nederlandse administratieve organen, zoals de Marktdienst, grotendeels functioneren volgens de bestaande reglementen. Echter, de spanningen op de Amsterdamse markten namen in deze periode toe door de aanwezigheid van bezetters en de opkomst van de WA (de weerafdeling van de NSB), die Joodse kooplieden vaak provoceerde. Hoewel deze brief een individueel geval betreft, illustreert het de kwetsbare positie van Joodse ondernemers die kort daarna door de bezetter stelselmatig uit het openbare en economische leven zouden worden verdreven.