Officiële brief/kennisgeving (waarschijnlijk een doorslag van een verzonden bericht).
Origineel
Officiële brief/kennisgeving (waarschijnlijk een doorslag van een verzonden bericht). 23 juli 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). Den Heer E. van Essen, Albert Cuypstraat 220 I, Amsterdam-Zuid. VP/G.
extra [handgeschreven]
den Heer E. van Essen,
Albert Cuypstraat 220 I,
Amsterdam-Zuid.
Wyk 14.
23 Juli 1940.
25/127/2 M
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 2 dezer verleen ik U
hierby gedurende ten hoogste drie maanden na dato dezes uitstel
van Uw verplichting om regelmatig Uw plaate op de markt Albert
Cuypstraat te bezetten, mits U zorg draagt, dat het ook tydens
Uw afwezigheid verschuldigde marktgeld geregeld wordt betaald.
De Directeur, De brief is een formeel antwoord op een verzoek van een marktkoopman, de heer E. van Essen. Uit de tekst blijkt dat er op de Amsterdamse markten een strikte bezettingsplicht gold: kooplieden waren verplicht hun aangewezen plek regelmatig in te nemen. De directeur verleent hier een ontheffing van deze plicht voor een periode van maximaal drie maanden.
Opvallende taalkundige en administratieve details:
* Spelling: Het document gebruikt de destijds gangbare spelling met 'y' in plaats van 'ij' (hierby, tydens, Wyk).
* Typefout: In de tekst staat "Uw plaate", wat zeer waarschijnlijk een typefout is voor "Uw plaats".
* Financiële voorwaarde: De toestemming voor afwezigheid is niet vrijblijvend; het marktgeld (de staanplaatsvergoeding) moet gedurende de afwezigheid volledig worden doorbetaald om het recht op de plek te behouden. De datum van het document, 23 juli 1940, is historisch saillant. Nederland was op dat moment ruim twee maanden bezet door nazi-Duitsland. De Albert Cuypmarkt was (en is) een van de belangrijkste markten van Amsterdam. In de zomer van 1940 was de administratie van de stad nog grotendeels in Nederlandse handen, maar onder toezicht van de bezetter.
Hoewel de specifieke reden voor het verzoek van de heer Van Essen niet wordt genoemd, vonden er in deze periode grote verschuivingen plaats in het stadsleven. Voor Joodse marktkooplieden zouden de omstandigheden snel verslechteren, al vonden de meest drastische uitsluitingen op de markten pas in 1941 plaats. Dit document illustreert hoe de ambtelijke molens en de regulering van de openbare ruimte in het begin van de bezettingstijd in eerste instantie op de gebruikelijke, bureaucratische wijze bleven doordraaien. E. van Essen Marktwezen