Archiefdocument
Origineel
8 juli 1910. De plaats van Scheen ligt juist bij het door hem
begeerde punt.
Des morgens, bij het opnemen der uitrijdende
marktplaatsen is door mij in tegenwoordigheid
van den ambtenaar Prugt gezien, dat Scheen bij
zijn plaats aanwezig was.
Hij was nl. bezig met het wegen van kersen.
Bij het opnemen der kramen door den heer Bek-
kering, wat eenigen tijd later geschiedde, werd
zulks eveneens geconstateerd.
Nader is gebleken, dat Scheen een schijnhande-
ling heeft gepleegd, daar hij fruit woog voor zijn
buurman van Welzen.
Voor belanghebbenden, in dit geval den heer
Sjevaar, werd hieruitgevolge [gevolge boven "uit" ingevoegd] uitgemeten, maar
de heer Bekkering deelde den heer Sje-
vaar mede, dat 's morgens de plaats door Scheen bezet
was.
Woensdag d.a.v. onderhield ik Scheen over de wijze,
waarop hij mijn plaats trachtte vrij te houden,
waardoor andere menschen benadeeld worden.
Zonder eenige reden richtte hij daarop het
woord tot den heer Bekkering, zooals in zijn
rapport is medegedeeld.
Zijn houding was zeer onbehoorlijk.
Arnh. 8 Juli '10
G. J. v. d. Meulen De tekst doet verslag van een incident op de markt in Arnhem waarbij een koopman genaamd Scheen fraude probeerde te plegen bij de toewijzing van marktplaatsen. Scheen wilde een specifiek punt op de markt bezetten en voerde daartoe een "schijnhandeling" uit: hij deed alsof hij kersen aan het wegen was voor zijn buurman Van Welzen, om de indruk te wekken dat hij zijn eigen standplaats reeds in gebruik had genomen.
Deze list leidde tot problemen bij de officiële uitmeting van de plaatsen voor andere belanghebbenden, zoals de heer Sjevaar. De auteur van het rapport confronteerde Scheen later met diens gedrag, met name omdat Scheen ook probeerde de plek van de rapporteur zelf onrechtmatig vrij te houden, wat ten nadele van anderen ging. Scheen reageerde hierop op een "zeer onbehoorlijke" wijze tegenover de heer Bekkering, wat aanleiding gaf tot deze schriftelijke rapportage. Dit document biedt een inkijkje in de dagelijkse gang van zaken en de handhaving op de Arnhemse markt aan het begin van de 20e eeuw. De verdeling van standplaatsen was een bron van conflict, waarbij marktmeesters en controleurs nauwlettend toezagen op naleving van de regels. De formele taal ("den heer", "geschiedde", "onderhield ik Scheen") en het gebruik van archaïsche spelling en afkortingen (zoals "d.a.v." voor 'de aanstaande volgende') zijn kenmerkend voor de ambtelijke correspondentie uit 1910. Dergelijke rapporten werden opgesteld om een dossier op te bouwen bij eventuele sancties of uitsluiting van de markt. J. v. d. Meulen