Archief 745
Inventaris 745-316
Pagina 264
Dossier 11
Jaar 1940
Stadsarchief

Ambtelijk advies / interne correspondentie.

22 juli 1940. Van: Onleesbare handtekening (mogelijk een inspecteur of ambtenaar van het Marktwezen).

Origineel

Ambtelijk advies / interne correspondentie. 22 juli 1940. Onleesbare handtekening (mogelijk een inspecteur of ambtenaar van het Marktwezen). Advies op No. 25/132/M/40.

Den Heer Inspecteur
v/h Marktwezen
Alhier

Naar aanleiding van bijgaand verzoek van den heer M.S. Blitz,
2e Jan Steenstraat no. 1, alhier, dient het volgende:
De heer Blitz is op 8 Juni '39 onder No. 435 ingeschreven
op de sollicitantenlijst voor de markten.
Op 21 Juli '39 is hem een voorkeurskaart uitgereikt (zie
B.a.v. n. 160), waarna hij op 21 April '40 is geschrapt van de
sollicitantenlijst wegens het niet aanvaarden van een
vaste plaats als voorkeurskaarthouder (zie Ba. 1642).
Tusschen 21 Juli '39 en 21 April '40 heeft Blitz een correspondentie gevoerd
met U.W., welke ten doel had het rekken van zijn voorkeursrecht.
Gedurende genoemden termijn van 39 weken werd in totaal door
B. dertig malen een plaats bezet, nl. op 18 Zaterdagen en
op 12 andere marktdagen.
Uit deze cijfers blijkt ten duidelijkste, welke bedoeling Blitz
had met zijn voorkeursrecht.
Het verzoek om in aanmerking te komen voor een plaats
op deze markt dient m.i. in zooverre te worden ingewilligd, zooals
omschreven is in Art. 7 van het Reglement op de markten, 2e alinea
4e lid en dient tusschentijdsche inschrijving op de solli-
citantenlijst achterwege te blijven.

Amst. 22 Juli '40
(w.g.) [Handtekening] Het document is een zakelijk, ambtelijk advies over de status van een markthandelaar genaamd M.S. Blitz. Uit de tekst valt op te maken dat de heer Blitz probeerde zijn 'voorkeursrecht' (een status die recht geeft op een standplaats) te behouden zonder daadwerkelijk een vaste plek te accepteren. De ambtenaar merkt kritisch op dat Blitz in een periode van 39 weken slechts 30 keer aanwezig was, voornamelijk op lucratieve zaterdagen.

De toon van het document is streng en bureaucratisch. De schrijver suggereert dat Blitz de regels probeerde te omzeilen ("het rekken van zijn voorkeursrecht") en adviseert daarom om hem niet zomaar opnieuw op de sollicitantenlijst te plaatsen, maar strikt vast te houden aan de regels van het Marktreglement (Artikel 7). Dit document dateert van 22 juli 1940, slechts twee maanden na de Nederlandse capitulatie aan nazi-Duitsland. Hoewel de brief op het eerste gezicht een louter administratieve kwestie lijkt over marktvergunningen, krijgt de naam "M.S. Blitz" in deze periode een specifieke lading. Gezien de naam en het adres in de 2e Jan Steenstraat (gelegen in De Pijp, een buurt met destijds veel Joodse inwoners), is het zeer waarschijnlijk dat de heer Blitz van Joodse afkomst was.

In de zomer van 1940 begonnen de eerste beperkende maatregelen voor Joodse burgers, hoewel de grootschalige uitsluiting van markten pas later in de bezetting (1941) formeel werd geregeld via de 'Joodse markten'. Dit document toont de strenge handhaving van marktregels in een tijd waarin de bewegingsvrijheid van Joodse ondernemers onder toenemende druk kwam te staan. Het biedt een inkijk in de Amsterdamse bureaucratie aan het begin van de bezettingstijd.

Samenvatting

Het document is een zakelijk, ambtelijk advies over de status van een markthandelaar genaamd M.S. Blitz. Uit de tekst valt op te maken dat de heer Blitz probeerde zijn 'voorkeursrecht' (een status die recht geeft op een standplaats) te behouden zonder daadwerkelijk een vaste plek te accepteren. De ambtenaar merkt kritisch op dat Blitz in een periode van 39 weken slechts 30 keer aanwezig was, voornamelijk op lucratieve zaterdagen.

De toon van het document is streng en bureaucratisch. De schrijver suggereert dat Blitz de regels probeerde te omzeilen ("het rekken van zijn voorkeursrecht") en adviseert daarom om hem niet zomaar opnieuw op de sollicitantenlijst te plaatsen, maar strikt vast te houden aan de regels van het Marktreglement (Artikel 7).

Historische Context

Dit document dateert van 22 juli 1940, slechts twee maanden na de Nederlandse capitulatie aan nazi-Duitsland. Hoewel de brief op het eerste gezicht een louter administratieve kwestie lijkt over marktvergunningen, krijgt de naam "M.S. Blitz" in deze periode een specifieke lading. Gezien de naam en het adres in de 2e Jan Steenstraat (gelegen in De Pijp, een buurt met destijds veel Joodse inwoners), is het zeer waarschijnlijk dat de heer Blitz van Joodse afkomst was.

In de zomer van 1940 begonnen de eerste beperkende maatregelen voor Joodse burgers, hoewel de grootschalige uitsluiting van markten pas later in de bezetting (1941) formeel werd geregeld via de 'Joodse markten'. Dit document toont de strenge handhaving van marktregels in een tijd waarin de bewegingsvrijheid van Joodse ondernemers onder toenemende druk kwam te staan. Het biedt een inkijk in de Amsterdamse bureaucratie aan het begin van de bezettingstijd.

Locaties

Amsterdam ("Amst.").

Gerelateerde Documenten 6