Officiële brief/vergunning
Origineel
Officiële brief/vergunning 25 juli 1940 De Directeur (vermoedelijk van de Marktdienst Amsterdam) den Heer W. Schouwenaar [Handgeschreven, rechtsboven:] M. de Boer
[Stempel/Type: linksboven:] HG.
[Type: linksboven:] 25/135/2 M.
[Handgeschreven, middenboven:] Verzonden 25/7
[Type: rechtsmidden:]
25 Juli 1940.
den Heer W. Schouwenaar,
Govert Flinckstraat 186 I,
Amsterdam-Zuid.
Wijk 17.
[Type: hoofdtekst:]
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 10 Juli jl. verleen ik U hierby tot wederopzegging toestemming zich op Uw plaats op de markt(en) Albert Cuypstraat te laten bystaan - niet vervangen - door Uw zoon J. Schouwenaar, geboren 5 Januari 1913.
[Type: rechtsonder:]
De Directeur, Dit document is een officiële schriftelijke toestemming van de "Directeur" (waarschijnlijk van de Amsterdamse Marktdienst) aan de heer W. Schouwenaar. De brief bevestigt dat de heer Schouwenaar op zijn marktplaats aan de Albert Cuypstraat mag worden bijgestaan door zijn zoon, J. Schouwenaar (geboren in 1913).
Belangrijke details:
* Strikitie: Er wordt nadrukkelijk vermeld dat het gaat om bijstaan en "niet vervangen". Dit duidt op strenge reglementering waarbij de vergunninghouder persoonlijk aanwezig moest zijn.
* Locatie: De Albert Cuypmarkt, destijds en nu een van de belangrijkste markten van Amsterdam.
* Termijn: De toestemming geldt "tot wederopzegging", wat betekent dat het een doorlopende vergunning is die op elk moment door de autoriteiten kan worden ingetrokken. De datum van de brief, 25 juli 1940, is saillant. Nederland was op dat moment slechts enkele maanden bezet door nazi-Duitsland (sinds mei 1940). Hoewel de dagelijkse administratie en de marktregels in eerste instantie grotendeels bleven functioneren zoals voor de oorlog, vond dit alles plaats onder het toeziend oog van de bezetter.
De Govert Flinckstraat, waar de ontvanger woonde, ligt direct parallel aan de Albert Cuypstraat in de wijk De Pijp. Dit was een typische volksbuurt waar veel marktkooplieden woonden. In deze periode begon de registratie en uitsluiting van Joodse burgers door de bezetter vorm te krijgen; hoewel dit document een routineuze administratieve handeling lijkt voor een (vermoedelijk niet-Joodse) koopman, was de bureaucratie rondom marktvergunningen in Amsterdam tijdens de oorlogsjaren een instrument dat later ook ingezet zou worden voor segregatie en uitsluiting op de markten.