Archief 745
Inventaris 745-316
Pagina 297
Dossier 90
Jaar 1940
Stadsarchief

Brief (handgeschreven verzoekschrift)

17 juli 1940 Van: D. Sousa, Zanddwarsstraat 5, Amsterdam Aan: De Heer Directeur van het Marktwezen, Amsterdam

Origineel

Brief (handgeschreven verzoekschrift) 17 juli 1940 D. Sousa, Zanddwarsstraat 5, Amsterdam De Heer Directeur van het Marktwezen, Amsterdam D. Sousa
Zanddwarsstr h: 5¹
A. dam.

No 25/140/M. 1940 19/7
17 Juli 1940

De Heer Directeur van het
Marktwezen.

Zeer Geachte Heer.
Mijn 23 jarige dochter R. M. Sousa moest einde
vorige maand wegens eene hartziekte ont-
slag nemen bij de N.V. Hema, waar zij als
verkoopster werkzaam was.
Daar zij door haar verdienste mijn gezin
zeer daadwerkelijk steunde neemt dit ont-
slag voor ons den vorm eener catastrophe
aan (Ik zelf ben werkloos diamantslijper)
Dat ik mij met deze mededeeling tot U Ed. wendt
vindt zijne oorzaak in het feit dat ik U Ed. wilde
verzoeken de mogelijkheid onder het oog te zien
om haar een voorkeurskaart of plaats te be-
zorgen op de Markt aan de Al. Cuypstraat
alhier.
Zeer zou U mij verplichten indien U ons
ter hulp kwam.
In afwachting Uwe gunstige berichten
verblijf intusschen,
Hoogachtend
[Handtekening: D. Sousa] * Situatie: De schrijver, D. Sousa, verkeert in een precaire financiële situatie. Zijn 23-jarige dochter was de voornaamste kostwinner van het gezin via haar werk bij de HEMA, maar heeft dit werk moeten opgeven vanwege een hartkwaal. De vader zelf is een werkloze diamantslijper.
* Verzoek: Hij verzoekt de directeur van het Marktwezen om een "voorkeurskaart" of een vaste plek op de Albert Cuypmarkt voor zijn dochter, zodat zij ondanks haar broze gezondheid toch inkomsten kan genereren.
* Taalgebruik: De brief is geschreven in een zeer beleefde, enigszins formele maar ook wanhopige toon ("neemt dit ontslag voor ons den vorm eener catastrophe aan"). Het gebruik van "U Ed." (Uw Edelachtbare) was destijds de gebruikelijke aanspreekvorm voor hoge ambtenaren.
* Opvallende details: De vermelding van de N.V. HEMA als voormalig werkgever van de dochter. De vader specificeert zijn eigen beroep als diamantslijper, een sector die in die tijd in Amsterdam zwaar getroffen was. * Historische periode: De brief dateert van juli 1940, slechts twee maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De economische onzekerheid nam in deze periode snel toe.
* Sociaal-economisch: De diamantindustrie in Amsterdam was van oudsher nauw verbonden met de Joodse gemeenschap. De achternaam Sousa en het woonadres (Zanddwarsstraat, gelegen in de toenmalige Joodse buurt nabij het Waterlooplein) wijzen er sterk op dat dit een verzoek is van een Joods gezin dat direct na de inval in grote problemen kwam. De diamantslijperij lag vrijwel stil door het wegvallen van de internationale export en de eerste anti-Joodse maatregelen van de bezetter.
* De Albert Cuypmarkt: Deze markt was (en is) een centraal punt voor handel in Amsterdam. Een vergunning was essentieel voor overleving wanneer regulier loonwerk (zoals bij de HEMA) niet meer mogelijk was. De brief geeft een indringend beeld van de armoede en de directe gevolgen van werkloosheid aan het begin van de oorlogsjaren.

Samenvatting

  • Situatie: De schrijver, D. Sousa, verkeert in een precaire financiële situatie. Zijn 23-jarige dochter was de voornaamste kostwinner van het gezin via haar werk bij de HEMA, maar heeft dit werk moeten opgeven vanwege een hartkwaal. De vader zelf is een werkloze diamantslijper.
  • Verzoek: Hij verzoekt de directeur van het Marktwezen om een "voorkeurskaart" of een vaste plek op de Albert Cuypmarkt voor zijn dochter, zodat zij ondanks haar broze gezondheid toch inkomsten kan genereren.
  • Taalgebruik: De brief is geschreven in een zeer beleefde, enigszins formele maar ook wanhopige toon ("neemt dit ontslag voor ons den vorm eener catastrophe aan"). Het gebruik van "U Ed." (Uw Edelachtbare) was destijds de gebruikelijke aanspreekvorm voor hoge ambtenaren.
  • Opvallende details: De vermelding van de N.V. HEMA als voormalig werkgever van de dochter. De vader specificeert zijn eigen beroep als diamantslijper, een sector die in die tijd in Amsterdam zwaar getroffen was.

Historische Context

  • Historische periode: De brief dateert van juli 1940, slechts twee maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De economische onzekerheid nam in deze periode snel toe.
  • Sociaal-economisch: De diamantindustrie in Amsterdam was van oudsher nauw verbonden met de Joodse gemeenschap. De achternaam Sousa en het woonadres (Zanddwarsstraat, gelegen in de toenmalige Joodse buurt nabij het Waterlooplein) wijzen er sterk op dat dit een verzoek is van een Joods gezin dat direct na de inval in grote problemen kwam. De diamantslijperij lag vrijwel stil door het wegvallen van de internationale export en de eerste anti-Joodse maatregelen van de bezetter.
  • De Albert Cuypmarkt: Deze markt was (en is) een centraal punt voor handel in Amsterdam. Een vergunning was essentieel voor overleving wanneer regulier loonwerk (zoals bij de HEMA) niet meer mogelijk was. De brief geeft een indringend beeld van de armoede en de directe gevolgen van werkloosheid aan het begin van de oorlogsjaren.

Gerelateerde Documenten 6