Doorslag van een getypte brief (ambtelijke correspondentie).
Origineel
Doorslag van een getypte brief (ambtelijke correspondentie). 22 augustus 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). Den Heer J. Wijnschenk, Ceintuurbaan 290, Amsterdam-Zuid. [Handgeschreven, linksboven]: Verzonden 22/8-'40.
[Handgeschreven, rechtsboven]: Gez. H. de Vries.
[Adresblok]:
den Heer J. Wijnschenk,
Ceintuurbaan 290,
Amsterdam-Zuid.
Wijk 22.
[Referentie en datum]:
25/147/4 M. 22 Augustus 1940.
[Inhoud]:
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 12 dezer verleen ik U
hierbij alsnog, gedurende ten hoogste drie maanden na dato dezes,
bij wijze van proef toestemming om zich, tot wederopzegging, op
Uw plaats op de markt Albert Cuypstraat te laten bijstaan - niet
vervangen - door H. Kloots. U dient er rekening mede te houden, dat
U steeds persoonlijk op de marktplaats aanwezig behoort te zijn.
[Afsluiting]:
De Directeur, In deze zakelijke brief krijgt de heer J. Wijnschenk toestemming van de directeur van de marktdienst om zich op zijn marktplaats aan de Albert Cuypstraat te laten bijstaan door een zekere H. Kloots. De toestemming is strikt geformuleerd:
1. Tijdelijkheid: Het betreft een proefperiode van maximaal drie maanden.
2. Voorbehoud: De toestemming geldt "tot wederopzegging", wat de directie de macht geeft de hulp op elk moment te verbieden.
3. Geen vervanging: Er wordt expliciet benadrukt dat het gaat om bijstaan en nadrukkelijk niet om vervanging. Wijnschenk moet zelf fysiek aanwezig blijven op zijn kraam.
De ambtelijke toon en de strikte voorwaarden wijzen op een strak gereguleerd marktbeheer in Amsterdam tijdens deze periode. Het document dateert van augustus 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De naam J. Wijnschenk is een veelvoorkomende Joodse naam in het Amsterdamse marktwezen van die tijd. Uit archiefonderzoek (o.a. Joods Monument) blijkt dat Jacob Wijnschenk op het adres Ceintuurbaan 290 woonde en inderdaad marktkoopman was.
In de context van 1940 is dit document wrang. Hoewel de brief op het eerste gezicht een routineuze administratieve handeling lijkt, werden de regels voor Joodse marktkooplieden kort hierna drastisch aangescherpt door de bezetter. Het verbod op 'vervanging' en de eis van 'persoonlijke aanwezigheid' waren instrumenten waarmee de bezetter en de meewerkende gemeentelijke instanties controle hielden op Joodse ondernemers, voordat zij uiteindelijk in 1941 geheel van de reguliere markten werden verbannen en naar specifieke "Jodenmarkten" werden gedreven. Jacob Wijnschenk werd in 1943 in Sobibor vermoord; dit document is een getuigenis van zijn dagelijks werkzame leven vlak voordat de grootschalige vervolging de Amsterdams-Joodse gemeenschap ontmantelde. H. Kloots H. de Vries J. Wijnschenk Marktwezen