Officiële brief/strafbeschikking van de Dienst der Markten.
Origineel
Officiële brief/strafbeschikking van de Dienst der Markten. 20 november 1940. De Directeur (van de Dienst der Markten, Amsterdam). Den Heer M. Hangjas, Rapenburgerstraat 16 III, Amsterdam-Centrum. Handgeschreven: Verzonden 20/11
Handgeschreven: M. de Boer
HG.
den Heer M. Hangjas,
Rapenburgerstraat 16 III,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 2.
25/234/20 M.
20 November 1940.
Mij is gerapporteerd, dat U op Vrijdag 15 November jl. de markt aan de Albert Cuypstraat niet op het voorgeschreven tijdstip met Uw goederen had verlaten.
In verband met dit feit bericht ik U, dat ik U, overeenkomstig het bepaalde in artikel 39 lid 1 van het Reglement op de Markten, voorwaardelijk heb gestraft met ontneming van het recht om op de markten hier ter stede een plaats in te nemen en wel voor den tijd van één dag. Deze straf zal ten uitvoer worden gelegd, indien U zich binnen één jaar na dato dezes andermaal aan een laakbare handeling op een der markten hier ter stede schuldig maakt, onverminderd de straf, die alsdan op het nieuwe feit zal worden gesteld.
De Directeur, Deze brief is een formele waarschuwing en voorwaardelijke strafoplegging aan de heer M. Hangjas. De aanleiding is een overtreding van het marktreglement op de Albert Cuypmarkt op vrijdag 15 november 1940: hij was niet op tijd vertrokken met zijn goederen.
De directeur van de marktdienst legt hem een voorwaardelijke schorsing van één dag op, gebaseerd op artikel 39 lid 1 van het Reglement op de Markten. Er geldt een proeftijd van één jaar. Bij een volgende overtreding binnen dat jaar zal de schorsing van één dag alsnog worden uitgevoerd, bovenop de straf voor de nieuwe overtreding. Het document dateert van november 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De geadresseerde, de heer Hangjas, woonde aan de Rapenburgerstraat 16 in Amsterdam. Dit was het hart van de oude Joodse buurt. De naam Hangjas is een bekende Joodse familienaam in Amsterdam.
Hoewel de brief een reguliere handhaving van marktvoorschriften lijkt, moet deze gezien worden in de context van de toenemende restricties voor Joodse burgers onder het nazi-regime. Kort na deze datum, in het begin van 1941, zouden Joodse marktkooplieden volledig worden geweerd van de reguliere markten en verbannen naar speciaal aangewezen "Joodsche markten". Het strikt handhaven van regels was vaak een voorbode van of een middel tot verdere uitsluiting en vervolging. M. Hangjas M. de Boer