Ambtelijk advies/memorandum.
Origineel
Ambtelijk advies/memorandum. Omstreeks begin 1940 (verwijst naar een waarschuwing uit december 1939 en een ingetreden strenge winter). Onbekende ambtenaar (waarschijnlijk een marktmeester of opzichter). Advies op No 26/4/1 M.W.
Den Heer Inspecteur
v/h Marktwezen
Alhier
In verband met bijgaand verzoek van Mw.
A. Unsing-v Gheelden, v k No 206 AC, diene het
volgende:
Sinds 7 Nov. 39 is verzoekster in het bezit van een
voorkeurskaart, waarvan onvoldoende gebruik werd
gemaakt, zoodat haar een waarschuwing is gezonden
om meer geregeld gebruik van haar voorkeurrecht
te maken (Zie M W 57 AC. d.d. 10/12-39).
Nadien tijd heeft geen rapporteering meer plaats
gevonden, mitsdien de strenge winter inviel.
Waar de overige voorkeurskaarthouders tijdens de
vorst eveneens zeer onregelmatig hun vaste plaatsen
innamen, bestaat er nu geen reden om recht van
verzoekster te vragen, zoodat zij, na de waarschuwing,
niettegenstaande geen gebruik meer werd gemaakt van
haar voorkeurrecht, toch nog steeds in het bezit is van
haar voorkeurskaart.
Thans verzoekt zij om voorloopige vrijstelling
van plaatsbezetting, o.m. voor de AC markt, mitsdien
zij tijdelijk als verloskundige dienst doet.
Het is mij bekend, dat zij dit beroep uitoefent,
echter wordt haar hulp aan klanten dikwijls Dit document is een ambtelijk advies betreffende Mevr. A. Unsing-v. Gheelden, die een voorkeursrecht (vaste staanplaats) heeft op een niet nader genoemde markt (mogelijk in Amsterdam, code AC). Uit het schrijven blijkt dat zij haar plek in het najaar van 1939 te weinig bezette, wat haar een officiële waarschuwing opleverde.
De ambtenaar merkt echter op dat er na die waarschuwing niet streng is gehandhaafd omdat er een zeer strenge winter inviel, waardoor bijna alle marktlui wegbleven. Hierdoor mocht zij haar voorkeurskaart behouden ondanks haar afwezigheid.
De kern van het huidige document is een nieuw verzoek van de vrouw: zij vraagt om een officiële tijdelijke vrijstelling van haar bezettingsplicht. De reden hiervoor is haar werk als verloskundige. De ambtenaar bevestigt dat zij dit beroep inderdaad uitoefent en dat zij hiervoor vaak (dikwijls) door klanten wordt opgeroepen, wat haar marktaanwezigheid bemoeilijkt. Het document biedt een interessant inkijkje in de marktregulering in Nederland aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. Het systeem van 'voorkeurskaarten' zorgde ervoor dat vaste kooplieden recht hadden op hun specifieke plek, maar daar stond de plicht tegenover om ook daadwerkelijk te verschijnen.
De "strenge winter" waarover gesproken wordt, is de beruchte winter van 1939-1940, een van de koudste van de 20e eeuw, wat verklaart waarom de marktinspectie coulant was tegenover kooplieden die wegbleven. Daarnaast illustreert het document de maatschappelijke positie van werkende vrouwen in die tijd; Mevr. Unsing combineerde een marktbestaan met de veeleisende en onregelmatige praktijk van verloskundige, een beroep dat hier als legitieme reden voor vrijstelling wordt overwogen.