Ambtswege opgemaakte oproepingskaart voor een marktkoopman.
Origineel
Ambtswege opgemaakte oproepingskaart voor een marktkoopman. Augustus 1940. [Linkerzijde]
Nº 26/59/2 M. 1940 [stempel]
Opgeroepen per
(datum) 7 Aug. '40 (uur) 9 1/2 - 12 u.
wegens niet geregeld bezetten plaats
op de markt
Dapperstraat
pl. n. 97.
(Gewaarschuwd 4-7-40)
Aan J. Gobets
Lepelstraat 37 III
[Rechterzijde]
Aanteekeningen Inspecteur:
beweert, dat hij de
afgeloopen 4 weken
slechts 1 x heeft gemist.
komt verder regelmatig
elken Zaterdag.
7/8 '40
[onleesbare paraaf/handtekening]
Th. Witteng?
rapport s.v.p. 8/8 '40
--- * Onderwerp: De kaart dient als bewijs van een officiële oproep aan een markthandelaar die zijn vaste plek op de markt niet naar behoren zou hebben bezet. De marktmeester of inspecteur houdt toezicht op de bezettingsgraad om te voorkomen dat schaarse marktplaatsen onbenut blijven.
* Locatie: De handelaar, J. Gobets, had een vaste standplaats (nummer 97) op de Dapperstraat in Amsterdam. De Dappermarkt is een van de bekendste dagmarkten van de stad.
* Voorgeschiedenis: Er is sprake van recidive of aanhoudend verzuim; de aantekening "(Gewaarschuwd 4-7-40)" laat zien dat hij een maand eerder al een officiële waarschuwing had gekregen.
* Verweer: De inspecteur noteert het weerwoord van Gobets op de dag van de verschijning (7 augustus). Gobets ontkent het structurele verzuim en stelt dat hij de afgelopen maand slechts één keer afwezig was en normaal gesproken elke zaterdag aanwezig is.
* Administratieve afhandeling: Er wordt op 8 augustus 1940 om een rapport gevraagd om de zaak definitief te beoordelen.
--- * Tijdsbeeld: Het document dateert van augustus 1940, slechts enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de marktregels hier nog van administratieve aard lijken (de standaard "vooroorlogse" bureaucratie), vonden dergelijke controles plaats in een tijd van toenemende regeldruk.
* Joodse geschiedenis: De naam Gobets is een veelvoorkomende Joods-Amsterdamse achternaam. Ook de Lepelstraat lag in het hart van de toenmalige Jodenbuurt. In 1940 mochten Joodse kooplieden nog op de reguliere markten staan, maar niet lang daarna (vanaf 1941) werden zij door de bezetter verbannen naar specifieke "Joodse markten" en uiteindelijk geheel uit het economische leven geweerd. Dit document kan dus een van de laatste reguliere administratieve sporen zijn van deze handelaar voordat de anti-Joodse maatregelen escaleerden.
* Marktreglement: Het strikt handhaven van de aanwezigheidsplicht was essentieel voor de marktmeester om de levendigheid en het inkomstenniveau van de markt te garanderen. Wie te vaak wegbleef, riskeerde zijn vergunning te verliezen.