Ambtelijk advies / memo.
Origineel
Ambtelijk advies / memo. 15 juli 1910 (met een latere referentienotitie uit 1911 in de bovenhoek). De controleur Marktopzichter (getekend: Th. de Vries). De Heer Inspecteur. Advies op
26/6.'11 M no 5/8
Den Heer Inspecteur
Er bestaat m.i. geen bezwaar om b.v. voor
den tijd van 6 weken aan het verzoek van L. Kapuns,
plaatshouder Westerstraat No. 159, tot het niet bezetten
van zijn plaats, te voldoen mits het verschuldigde
marktgeld op tijd wordt voldaan.
Amsterdam 15 Juli 1910
De controleur Marktopzichter
[Handtekening: Th. de Vries] * Inhoud: Het document betreft een formeel advies van een marktopzichter aan zijn superieur (de Inspecteur). Een zekere heer L. Kapuns, die een vaste standplaats heeft op de Westerstraatmarkt (nummer 159), heeft gevraagd of hij zes weken afwezig mag blijven zonder zijn recht op de plek te verliezen.
* Besluit: De controleur adviseert positief ("geen bezwaar"), maar stelt wel een strikte voorwaarde: de marktgelden (de huur voor de plek) moeten tijdens zijn afwezigheid wel gewoon op tijd betaald worden.
* Taalgebruik: Het document is geschreven in een zakelijke, ambtelijke stijl die kenmerkend is voor het begin van de 20e eeuw, inclusief afkortingen zoals "m.i." (mijns inziens) en "b.v." (bijvoorbeeld).
* Opvallend: Linksboven staat een latere aantekening ("26/6.'11"), wat suggereert dat dit document bijna een jaar na dato nog is geraadpleegd of gearchiveerd in een volgend dossier. Dit document biedt een inkijkje in het beheer van de Amsterdamse markten rond 1910. De Westerstraat in de Jordaan was (en is) een belangrijke marktlocatie. In die tijd waren standplaatsen zeer gewild en strikt gereguleerd door de gemeente. Wie zijn plaats niet bezette, liep het risico deze kwijt te raken aan iemand op de wachtlijst.
Het feit dat een dergelijk klein administratief verzoek (zes weken verlof) schriftelijk werd afgehandeld en van advies voorzien door een controleur, toont de bureaucratische zorgvuldigheid van het marktwezen in die periode aan. De nadruk op het tijdig betalen van het "marktgeld" onderstreept dat de inkomsten voor de gemeente de belangrijkste prioriteit waren bij het verlenen van dergelijke gunsten.