Administratief bijblad/notitie van een gemeentelijke marktdienst.
Origineel
Administratief bijblad/notitie van een gemeentelijke marktdienst. Augustus 1940. [Linksboven in kader]
BIJBLAD VAN:
M. No. 26/61/1 1940
DOORGEZONDEN: 5/8
[Rechtsboven]
L. Kanes pl 159 Westerstraat 576.
" 36 Dapperstraat.
[Hoofdtekst links]
geen bezwaar tegen
het verleenen van 6 weken
uitstel van plaats bezetten
op de markten Westerstraat
en Dapperstraat, mits het
terzake verschuldigde marktgeld
regelmatig wordt betaald.
26/61/2 M [geparafeerd]
21/8 '40
[Handtekening/Paraaf] 22/8/40
[Tekst rechts]
opgeroepen en bij Insp.
geweest wegens niet geregeld
gebruik maken van de plaats.
opz. Dapperstr.
advies
[Paraaf] 7/8 '40
opz. Westerstraat
advies
[Paraaf] 12/8 '40
[Linksonder]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Het document is een ambtelijke beslissing betreffende een marktkraamhouder genaamd L. Kanes. Kanes had vaste staanplaatsen op twee bekende Amsterdamse markten: de Westerstraat (plaats 159) en de Dapperstraat (plaats 36).
Uit de aantekeningen aan de rechterzijde blijkt dat de betrokkene was opgeroepen door de inspectie omdat hij zijn plaatsen niet regelmatig bezette. Dit was in strijd met de marktverordening, waarbij een standplaatshouder verplicht was de plek daadwerkelijk te gebruiken op straffe van verlies van de vergunning.
De uiteindelijke beslissing (links) luidt dat er geen bezwaar is tegen een uitstel van zes weken voor het bezetten van de plaatsen. Hieraan is de dwingende voorwaarde verbonden dat het marktgeld gedurende deze periode wel gewoon betaald moet worden. De verschillende parafen tonen aan dat zowel de opzichters van de specifieke markten als de centrale administratie akkoord zijn gegaan. De datum van het document, augustus 1940, is historisch saillant. Nederland was op dat moment drie maanden bezet door nazi-Duitsland. De naam "L. Kanes" is een veelvoorkomende Joodse achternaam in het Amsterdam van die tijd. Veel markthandelaren op de Westerstraat en Dapperstraat waren van Joodse afkomst.
Hoewel dit document in eerste instantie een reguliere administratieve handeling lijkt (het aanvragen van uitstel wegens persoonlijke omstandigheden), vindt dit plaats aan de vooravond van de anti-Joodse maatregelen van de bezetter. Vanaf 1941 zouden Joodse handelaren stapsgewijs van de reguliere markten worden geweerd en verbannen naar specifieke "Jodenmarkten", om uiteindelijk hun broodwinning en vrijheid geheel te verliezen. Dit formulier legt een moment vast waarop het ambtelijk apparaat nog volgens de bestaande regels en procedures functioneerde. L. Kanes M. No