Handgeschreven brief (verzoekschrift)
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift) 1 oktober 1940 L. Meents, Joden Houttuinen No 74 II, Amsterdam-Centrum De Directeur der Marktwezen, Amsterdam No 26/66/2 M. 1940 2/10
Amsterdam 1/10 40
Den Directeur der Marktwezen.
Weled Heer.
Mijnheer naar aanleiding mijn
schrijven van verleden week omtrent een
standplaats, gevestigd te Dapperpl.
Verzoek ik uw nogmaals mijn schrijven
in oogenschouw te willen nemen.
Daar ik een gezin heb met drie
kinderen, en ik L Meents, alle mogelijke
moeite doe, mijn gezin tot stand te
houden, hoop ik als nog dat uw
mij deze plaats zou toewijzen.
Het is voor mij practies onmogelijk,
om langs de weg te venten, van wegen
de daar door ontstaane boetes daar
door uit voort vloeien.
Hoopende een gunstig antwoord van
uw te mogen verkrijgen. Hoogachtend
L. MEENTS.
Joden Houttuinen No 74 II Centrum. In deze brief verzoekt de heer L. Meents de Directeur der Marktwezen in Amsterdam om een vaste standplaats op het Dapperplein. Hij verwijst naar een eerdere brief van een week daarvoor. De kern van zijn argument is sociaal-economisch: hij heeft een gezin met drie kinderen te onderhouden.
De brief legt een specifiek probleem bloot: Meents probeert momenteel in zijn levensonderhoud te voorzien door te "venten" (het verkopen van goederen langs de straat zonder vaste plek). Hij geeft aan dat dit "practies onmogelijk" is geworden vanwege de boetes die hij krijgt voor het venten op plaatsen waar dat blijkbaar niet is toegestaan of waar streng wordt gehandhaafd. Een vaste standplaats op de markt zou hem de nodige stabiliteit en legaliteit bieden om zijn gezin te onderhouden.
De toon is beleefd doch dringend, typerend voor correspondentie met overheidsinstanties in die tijd. De datum van de brief, 1 oktober 1940, plaatst het document in de vroege fase van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hoewel de brief een formeel verzoek om een marktvergunning lijkt, is de historische context van groot belang.
- Locatie: De afzender woont in de Joden Houttuinen, een straat in de toenmalige Joodse buurt van Amsterdam. Gecombineerd met de achternaam Meents, is het zeer waarschijnlijk dat de afzender van Joodse afkomst was.
- Economische druk: In 1940 begonnen de bezettingsautoriteiten met het invoeren van anti-Joodse maatregelen. Hoewel de grote uitsluiting van Joden uit het economisch leven nog aan het begin stond, was de druk op Joodse kleine ondernemers en handelaren al voelbaar. Het bemachtigen van een officiële standplaats was cruciaal om legaal te kunnen blijven werken.
- Dapperplein: De Dappermarkt was (en is) een van de belangrijkste markten in Amsterdam-Oost. Voor een kleine handelaar was een plek op deze markt een vitale bron van inkomsten.
- Handhaving: De vermelding van boetes wijst op een strenger wordend optreden tegen straathandel in Amsterdam, wat voor mensen zonder kapitaal of vaste vergunning rampzalige gevolgen had.
Deze brief is een indringend voorbeeld van een individu dat via de officiële weg probeert de economische overleving van zijn gezin veilig te stellen in een tijd van toenemende onzekerheid en repressie. L. Meents Marktwezen