Handgeschreven ambtelijke notitie/brief.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie/brief. 11 november 1940. T. J. Uitvlugt (vermoedelijk een ambtenaar of opziener bij het Marktwezen). Den heer Inspecteur
v/h Marktwezen alhier.
Br. 26/73/2-40.
In verband, dat den heer Brouwer een
winkel heeft en deze niet aan vreemd
personeel kan overlaten, is het m.i. niet
bezwaarlijk aan zijn verzoek te voldoen,
hij moet er echter voor zorgen dat zijn
marktgeld op tijd wordt betaald. Tot
16 November 1940, heeft hij $f$ 3,60 schuld, die
hij nog moet voldoen.
Amsterdam 11 November 1940
T. J. Uitvlugt. * Inhoud: De notitie betreft een advies aan de Inspecteur van het Marktwezen over een verzoek van een zekere heer Brouwer. De heer Brouwer drijft een winkel en kan deze niet onbeheerd achterlaten of aan derden toevertrouwen ("vreemd personeel"). Om deze reden wordt geadviseerd akkoord te gaan met zijn verzoek (vermoedelijk om niet persoonlijk op de markt aanwezig te hoeven zijn of een ontheffing).
* Voorwaarde: De toestemming is niet onvoorwaardelijk; de heer Brouwer moet strikt toezien op de tijdige betaling van zijn marktgeld. Er wordt specifiek melding gemaakt van een openstaande schuld van 3,60 gulden die vóór 16 november 1940 voldaan moet zijn.
* Schrifttype: Een vlot, zakelijk handschrift uit het midden van de 20e eeuw, geschreven met een vulpen. De afkorting "m.i." staat voor "mijns inziens". * Historische periode: De brief is gedateerd op 11 november 1940, tijdens de eerste maanden van de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog.
* Administratieve achtergrond: Het "Marktwezen" was (en is) de gemeentelijke instantie die toezicht houdt op de dagmarkten. In oorlogstijd was de handhaving van marktgelden en de regulering van de handel van groot belang voor de gemeentelijke inkomsten en de voedselvoorziening.
* Sociaal-economisch: Het document illustreert de uitdagingen voor kleine ondernemers die zowel een fysieke winkel als een marktplaats moesten beheren. Het tekort aan personeel of het gebrek aan vertrouwen in "vreemd personeel" was een reëel probleem in een tijd van economische onzekerheid en mobilisatie. De toon van de brief is ambtelijk-zakelijk, waarbij een zekere mate van coulance wordt getoond, mits aan de financiële verplichtingen wordt voldaan. Brouwer drijft (De heer) J. Uitvlugt Marktwezen