Archief 745
Inventaris 745-319
Pagina 376
Dossier 26
Jaar 1940
Stadsarchief

Archiefdocument

4 januari 1940.

Origineel

4 januari 1940. [Logo: Wapen van Amsterdam met drie kruisen]
MARKTWEZEN AMSTERDAM DV. [Handgeschreven: Mervorden 4/1-'40]
TELEFOONNUMMER 85151 VERZOEKE BIJ BEANTWOORDING DATUM EN NUMMER TE VERMELDEN
No. 27/3/2 M.
BIJLAGE _
ONDERWERP: _

AMSTERDAM (W.) 4 Januari 1940
JAN VAN GALENSTRAAT 14

AAN
den Heer H. Piller,
Pres. Brandtstraat 70 III,
Amsterdam-Oost.
Wijk 20.

Aangezien U gedurende langer dan drie weken in gebreke is gebleven, om het marktgeld, verschuldigd voor Uw plaats op de markt Ten Katestraat te betalen, waarschuw ik U hierbij, dat U alsnog vóór 7 Januari a.s. aan Uw verplichting moet voldoen.
Ik wijs U er met nadruk op, dat, indien U langer in gebreke blijft, de U verleende vaste plaats, ingevolge artikel 11 van het Reglement op de Markten, met ingang van 8 Januari a.s. onherroepelijk wordt ingetrokken.
Indien een geldige reden U verhindert, om aan Uw verplichtingen te voldoen (bijvoorbeeld omdat U steun geniet; in een ziekenhuis wordt verpleegd, enz.) dient U onmiddellijk mijn dienst hiervan in kennis te stellen, omdat dan kan worden voorkomen, dat de intrekking plaatsvindt.

De Directeur,

[Onderaan links in kleine druk:] A.Z. MODEL NO. 8. 10.000-6-'38-1633. Dit document is een formele sommatie (laatste waarschuwing) van het Amsterdamse Marktwezen. De toon is dwingend en bureaucratisch. De kernboodschap is dat de ontvanger, de heer Piller, een betalingsachterstand heeft van meer dan drie weken voor zijn marktplaats op de Ten Katemarkt.

Er wordt een zeer korte termijn gesteld: de brief is gedateerd op 4 januari en de betaling moet uiterlijk 7 januari binnen zijn, anders wordt de vergunning voor de vaste plaats per 8 januari ingetrokken. De brief biedt wel een ontsnappingsclausule voor overmachtsituaties, zoals ziekte of financiële nood (het ontvangen van 'steun'), mits dit direct gemeld wordt. Dit wijst op een systeem dat enerzijds streng handhaaft op regels, maar anderzijds rekening houdt met de precaire sociale omstandigheden van marktkooplieden in die tijd. De datum van de brief, 4 januari 1940, plaatst het document in de maanden vlak voor de Duitse inval in Nederland (mei 1940). Het Marktwezen was op dat moment gevestigd aan de Jan van Galenstraat, bij de toenmalige Centrale Markthallen.

De geadresseerde, de heer H. Piller, woonde in de President Brandstraat in de Transvaalbuurt. Dit was een wijk met een zeer grote Joodse populatie. Veel Joodse Amsterdammers waren werkzaam in de ambulante handel en op de markten (zoals de Ten Katemarkt of de nabijgelegen Waterlooplein- en Dappermarkt).

Na de Duitse inval in mei 1940 zouden Joodse marktkooplieden steeds verder in het nauw gedreven worden door anti-Joodse maatregelen, resulterend in een verbod op deelname aan reguliere markten en de instelling van specifieke "Jodenmarkten" in 1941. Dit document toont de administratieve realiteit van een kleine zelfstandige in de laatste maanden van de vooroorlogse periode, waarin economische overleving al een strijd was.

Samenvatting

Dit document is een formele sommatie (laatste waarschuwing) van het Amsterdamse Marktwezen. De toon is dwingend en bureaucratisch. De kernboodschap is dat de ontvanger, de heer Piller, een betalingsachterstand heeft van meer dan drie weken voor zijn marktplaats op de Ten Katemarkt.

Er wordt een zeer korte termijn gesteld: de brief is gedateerd op 4 januari en de betaling moet uiterlijk 7 januari binnen zijn, anders wordt de vergunning voor de vaste plaats per 8 januari ingetrokken. De brief biedt wel een ontsnappingsclausule voor overmachtsituaties, zoals ziekte of financiële nood (het ontvangen van 'steun'), mits dit direct gemeld wordt. Dit wijst op een systeem dat enerzijds streng handhaaft op regels, maar anderzijds rekening houdt met de precaire sociale omstandigheden van marktkooplieden in die tijd.

Historische Context

De datum van de brief, 4 januari 1940, plaatst het document in de maanden vlak voor de Duitse inval in Nederland (mei 1940). Het Marktwezen was op dat moment gevestigd aan de Jan van Galenstraat, bij de toenmalige Centrale Markthallen.

De geadresseerde, de heer H. Piller, woonde in de President Brandstraat in de Transvaalbuurt. Dit was een wijk met een zeer grote Joodse populatie. Veel Joodse Amsterdammers waren werkzaam in de ambulante handel en op de markten (zoals de Ten Katemarkt of de nabijgelegen Waterlooplein- en Dappermarkt).

Na de Duitse inval in mei 1940 zouden Joodse marktkooplieden steeds verder in het nauw gedreven worden door anti-Joodse maatregelen, resulterend in een verbod op deelname aan reguliere markten en de instelling van specifieke "Jodenmarkten" in 1941. Dit document toont de administratieve realiteit van een kleine zelfstandige in de laatste maanden van de vooroorlogse periode, waarin economische overleving al een strijd was.

Gerelateerde Documenten 6