Archief 745
Inventaris 745-319
Pagina 410
Dossier 26
Jaar 1940
Stadsarchief

Officiële brief (aanmaning).

17 januari 1940. Van: De Directeur van het Marktwezen, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam (W.). Dossier: 27/7/2, 8

Origineel

Officiële brief (aanmaning). 17 januari 1940. De Directeur van het Marktwezen, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam (W.). MARKTWEZEN AMSTERDAM DV.

TELEFOONNUMMER 85151
VERZOEKE BIJ BEANTWOORDING DATUM EN NUMMER TE VERMELDEN

No. 27/7/2 M.
BIJLAGE
ONDERWERP :

AMSTERDAM (W.) 17 Januari 1940
JAN VAN GALENSTRAAT 14

AAN
den Heer H. Fransman,
Kribbestraat 6 I,
Amsterdam-Z.
Wijk 22 B.

Aangezien U gedurende langer dan drie weken in gebreke is gebleven, om het marktgeld, verschuldigd voor Uw plaats op de markt Ten Katestraat te betalen, waarschuw ik U hierbij, dat U alsnog vóór 21 Januari a.s. aan Uw verplichting moet voldoen.

Ik wijs U er met nadruk op, dat, indien U langer in gebreke blijft, de U verleende vaste plaats, ingevolge artikel 11 van het Reglement op de Markten, met ingang van 22 Januari a.s. onherroepelijk wordt ingetrokken.

Indien een geldige reden U verhindert, om aan Uw verplichtingen te voldoen (bijvoorbeeld omdat U steun geniet; in een ziekenhuis wordt verpleegd, enz.) dient U onmiddellijk mijn dienst hiervan in kennis te stellen, omdat dan kan worden voorkomen, dat de intrekking plaatsvindt.

De Directeur,

(Handgeschreven rechtsboven: onduidelijk woord, mogelijk "Memorandum" of een paraaf, gevolgd door "17/1-140")

A.Z. MODEL NO. 8. 10.000-9-'39-526. Het document is een formele ingebrekestelling wegens het niet betalen van marktgeld (stageld). De heer H. Fransman, een marktkoopman met een vaste standplaats op de Ten Katemarkt in Amsterdam-West, heeft een betalingsachterstand van meer dan drie weken.

De brief stelt een strikt ultimatum: er moet voor 21 januari 1940 worden betaald, anders verliest de betrokkene per 22 januari onherroepelijk zijn vergunning voor de marktplaats. Dit is gebaseerd op artikel 11 van het destijds geldende Marktreglement. Opvallend is de expliciete vermelding dat bij overmacht (zoals ziekte of armoede/steun) uitstel of coulance mogelijk is, mits dit direct gemeld wordt. Dit getuigt van de toenmalige bureaucratische procedure bij de gemeentelijke diensten. De brief is gedateerd op 17 januari 1940, slechts vier maanden voor de Duitse inval in Nederland. De historische context van de geadresseerde is van belang: de Kribbestraat in de Rivierenbuurt was een straat waar in die tijd veel Joodse gezinnen woonden. De achternaam Fransman kwam veel voor binnen de Joodse gemeenschap in Amsterdam, waarvan een aanzienlijk deel werkzaam was in de ambulante handel en op de markten.

Hoewel dit in de kern een standaard administratieve handeling is van het Marktwezen, werpt het een licht op de precaire sociaal-economische positie van kleine zelfstandigen in Amsterdam aan de vooravond van de bezetting. In de jaren na deze brief zouden Joodse marktkooplieden door de anti-Joodse maatregelen van de bezetter systematisch van de Amsterdamse markten worden verdreven. H. Fransman Gemeente Amsterdam Marktwezen

Samenvatting

Het document is een formele ingebrekestelling wegens het niet betalen van marktgeld (stageld). De heer H. Fransman, een marktkoopman met een vaste standplaats op de Ten Katemarkt in Amsterdam-West, heeft een betalingsachterstand van meer dan drie weken.

De brief stelt een strikt ultimatum: er moet voor 21 januari 1940 worden betaald, anders verliest de betrokkene per 22 januari onherroepelijk zijn vergunning voor de marktplaats. Dit is gebaseerd op artikel 11 van het destijds geldende Marktreglement. Opvallend is de expliciete vermelding dat bij overmacht (zoals ziekte of armoede/steun) uitstel of coulance mogelijk is, mits dit direct gemeld wordt. Dit getuigt van de toenmalige bureaucratische procedure bij de gemeentelijke diensten.

Historische Context

De brief is gedateerd op 17 januari 1940, slechts vier maanden voor de Duitse inval in Nederland. De historische context van de geadresseerde is van belang: de Kribbestraat in de Rivierenbuurt was een straat waar in die tijd veel Joodse gezinnen woonden. De achternaam Fransman kwam veel voor binnen de Joodse gemeenschap in Amsterdam, waarvan een aanzienlijk deel werkzaam was in de ambulante handel en op de markten.

Hoewel dit in de kern een standaard administratieve handeling is van het Marktwezen, werpt het een licht op de precaire sociaal-economische positie van kleine zelfstandigen in Amsterdam aan de vooravond van de bezetting. In de jaren na deze brief zouden Joodse marktkooplieden door de anti-Joodse maatregelen van de bezetter systematisch van de Amsterdamse markten worden verdreven.

Genoemde Personen 1

Locaties

Centrale Markt Ten Katemarkt

Producten

A.G.F. (Aardappelen): Aardappel A.G.F. (Aardappelen): Klei A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit Dieren: Kat Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Gemeente Amsterdam Marktwezen

Gerelateerde Documenten 6