Getypte ambtelijke brief op roze archiefpapier.
Origineel
Getypte ambtelijke brief op roze archiefpapier. 29 januari 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Marktdienst of een relevante gemeentelijke afdeling). [Linksboven:]
vP/HG.
27/11/2 M.
[Rechtsboven:]
M. Müller [handgeschreven]
29 Januari 1940.
[Onderwerp, links:]
Teruggave marktgeld
aan G. van Oosten.
[Adres, rechts:]
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat G. van Oosten, Verhoevenstraat 92, Amersfoort, het voor een plaats op de markt Ten Katestraat verschuldigde marktgeld voor het eerste kalenderhalfjaar van 1940 ten bedrage van ƒ 31,50 heeft betaald. Van Oosten is 72 jaar oud en hij was van plan om na afloop van dit kalenderhalfjaar voor zijn marktplaats te bedanken. Omstreeks 13 Januari jl. is hem evenwel gebleken, dat hij door een knecht werd bestolen, terwijl die knecht toen een aanslag op hem heeft gepleegd en hem met een hamer heeft geslagen. Van Oosten heeft thans besloten om den handel op te geven en hij bezoekt de markt niet meer. Hij heeft een verzoek ingediend om het door hem te veel betaalde marktgeld te restitueeren, hetgeen mij billijk voorkomt. Indien hij volgens het tarief per kalenderweek had betaald, zou hij tot en met 13 Januari jl. een bedrag van ƒ 2,70 zijn schuldig geweest; ik geef daarom beleefd in overweging wel te willen bevorderen, dat hem bij besluit van Burgemeester en Wethouders een bedrag van ƒ 28,80 wordt terug gegeven, zulks op gronden van billijkheid, krachtens artikel 36 van de Verordening op de heffing van markt-, standplaats- en ventgelden.
De Directeur, De brief is een formeel verzoek van een gemeentelijk directeur aan de wethouder om een restitutie van marktgeld goed te keuren. De taal is typisch voor de ambtelijke correspondentie van die tijd: uiterst hoffelijk ("heb ik de eer U te berichten", "beleefd in overweging"), maar zakelijk en juridisch onderbouwd.
De kern van de zaak is een tragisch incident: de 72-jarige markthandelaar G. van Oosten is overvallen en mishandeld met een hamer door zijn eigen knecht. Vanwege dit trauma en zijn hoge leeftijd besluit hij onmiddellijk te stoppen met zijn nering. Omdat hij het marktgeld voor het gehele halfjaar al vooruit had betaald, wordt er verzocht om het resterende bedrag (na aftrek van de genoten weken) terug te betalen op basis van de "billijkheid" (redelijkheid), gesteund door een specifiek artikel uit de lokale verordening. Het document dateert van januari 1940, de periode van de 'Mobilisatie' in Nederland, slechts enkele maanden voor de Duitse inval in mei 1940. Ondanks de naderende oorlogsdreiging draaide de gemeentelijke bureaucratie in Amersfoort nog op volle toeren volgens de geldende regels.
De brief geeft een inkijkje in de sociale geschiedenis van de markt: handelaren werkten tot op hoge leeftijd (72 jaar) en de verhouding tussen meester en knecht kon soms gewelddadig escaleren. De genoemde "Ten Katestraat" duidt op de marktlocatie in Amersfoort. Het bedrag van ƒ 28,80 (omgerekend naar huidige koopkracht ongeveer € 250,- tot € 300,-) was voor die tijd een aanzienlijke som geld voor een kleine zelfstandige.