Ambtsbericht/Rapportage (waarschijnlijk van een marktopziener of lokale ambtenaar aan de Directeur van de Markthallen of een vergelijkbare instantie)
Origineel
Ambtsbericht/Rapportage (waarschijnlijk van een marktopziener of lokale ambtenaar aan de Directeur van de Markthallen of een vergelijkbare instantie) 27 oktober 1940 27/10/M 1940
Bij dezen heb ik de eer, bijgaande door den Directeur
gestelden vragen te beantwoorden.
1e Vrouw Tolhuisen-Gabler is inderdaad ernstig ziek;
2e de man heeft vrij regelmatig de plaats ingenomen;
3e de zoon heeft dikwijls, doch niet regelmatig vervangen;
4e deze toestand is in Juli ’39 ontstaan toen is de vrouw
gaan sukkelen met haar gezondheid;
5e tot 23/12 ’39 heeft de man vrij regelmatig de plaats ingeno-
men, daarna heeft hij tengevolge de weersinstabiligheden
waardoor geen loonende handel is te verkrijgen, evenals
dat het geval is met vele plaatshouders, zijn plaats
niet ingenomen;
6e m.i. [mijns inziens] is in dit geval wel aanleiding, om den zoon
een vervangingsvergunning te geven.
De plh [plaatshouder] Tolhuisen Gabler, Ten Katestraat is reeds ongeveer
6 maanden ernstig ziek, zij is eenige tijd geleden ongene-
zen uit het gasthuis ontslagen. Gedurende haar ziekte
is het dikwijls voorgekomen dat de inwonende zoon, met
onze toestemming, af en toe zijn vader heeft vervangen.
Tijdens gasthuisverpleging had de man eenige tijd door-
loopend bezoek, terwijl hij later dikwijls naar zijn ver-
afgelegen woning aan de Wingerdweg ging om zijn hulp-
behoevende kranke vrouw te verzorgen en bleef hij dus
wel een geruimen tijd weg. Hier is geen sprake van een
ontoelaatbare of laakbare handeling. Indien dat wel
het geval zou zijn, dan hadden belanghebbenden,
(groep Kinkerstraat pl.houders) mij daarmede ongetwijfeld Het document is een zakelijke rapportage over een sociaal-economische kwestie op een Amsterdamse markt tijdens de vroege maanden van de bezetting. De kern van het schrijven is een verdediging van de familie Tolhuisen-Gabler. Mevrouw Tolhuisen-Gabler, de officiële vergunninghoudster (plaatshouder) van een marktkraam in de Ten Katestraat, is terminaal ziek ("ongenezen uit het gasthuis ontslagen").
De ambtenaar legt uit waarom de kraam niet altijd door de officiële vervanger (de echtgenoot) is bezet:
1. Zorgtaken: De echtgenoot moest zijn zieke vrouw verzorgen in hun woning aan de Wingerdweg (Amsterdam-Noord).
2. Economische omstandigheden: Door slecht weer ("weersinstabiligheden") was de handel niet rendabel, een probleem dat blijkbaar voor veel marktkooplui gold.
3. Vervanging: De zoon heeft bijgesprongen, wat formeel een vergunning vereist.
De schrijver adviseert positief over het verlenen van een officiële vervangingsvergunning aan de zoon en benadrukt dat er geen sprake is van misbruik of "laakbare handeling". Hij merkt op dat als er wel iets mis was geweest, de concurrerende plaatshouders uit de nabijgelegen Kinkerstraat dit zeker gemeld zouden hebben. * Locatie: De Ten Katestraat in Amsterdam-Oud-West is sinds 1910 een bekende dagmarkt. De Kinkerstraat is de belangrijkste dwarsstraat hiervan. De Wingerdweg ligt in Amsterdam-Noord; in 1940 was de reisafstand tussen deze twee locaties aanzienlijk, zeker gezien de zorgtaken van de echtgenoot.
* Tijdperk: Hoewel gedateerd in oktober 1940, ademt de brief de sfeer van de vooroorlogse bureaucreatie en sociale controle. De regelgeving voor markten was streng: men moest persoonlijk aanwezig zijn om de standplaatsvergunning te behouden.
* Terminologie: "Gasthuis" was de gangbare term voor een ziekenhuis. "Plaatshouder" (plh) is de officiële term voor iemand met een vaste staanplaats op de markt.