Archief 745
Inventaris 745-320
Pagina 20
Dossier 26
Jaar 1940
Stadsarchief

Ambbtelijke brief / disciplinair voorstel.

15 juni 1940. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Markthallen of Marktwezen).

Origineel

Ambbtelijke brief / disciplinair voorstel. 15 juni 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Markthallen of Marktwezen). [Linksboven getypt:]
27/39/4 M.

[Bovenaan in handschrift:]
extra

[Rechtsboven getypt:]
vP/G.
15 Juni 1940.

[Linksboven getypt:]
Voorstel om I.Bloemist
voor drie maanden uit te
sluiten van de markten.

[Rechts getypt:]
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

[Hoofdtekst:]
In bylage dezes heb ik de eer U een afschrift te doen toekomen van een op 10 Juni jl. door den marktopzichter H.Vry opgemaakt rapport, waaruit blykt, dat de gebroeders A. en I.Bloemist zich op 8 Juni jl. op de markt aan de Ten Katestraat hebben schuldig gemaakt aan zeer ernstig wangedrag. Onder mededeeling, dat ik A.Bloemist heb gestraft met ontneming van het recht om op de markten hier ter stede een plaats te bezetten voor den tyd van veertien dagen, terwyl ik ook I.Bloemist deze straf bereids heb opgelegd - en wel tot en met 27 Juni a.s. - heb ik de eer U beleefd te verzoeken wel te willen bevorderen, dat I.Bloemist voornoemd, wonende 3e Oosterparkstraat 73 II, by Besluit van Burgemeester en Wethouders wordt gestraft met ontneming van het recht om een plaats op de markten hier ter stede te bezetten voor den tyd van drie maanden, zulks met ingang van 28 Juni a.s. Onderstaand vindt U een overzicht van de bereids vroeger aan I.Bloemist opgelegde straffen en de tegen hem opgemaakte processen-verbaal.

De Directeur,

Straffen:
~~Geen.~~ [Doorgehaald]

Processen-verbaal:

[Marge links, handgeschreven:]
4/7-'37; 20/8-'37; 30/8-'37

a) wegens het venten zonder vergunning: . - 3-1935; 24-4-1935
25- 4-1935; 11-9-1935; 16-10-1935; 11-4-1936; 16-4-1936;
9- 5-1936; 29-8-1936; 26-11-1936; 3-12-1936; 30-8-1937;
7-10-1937; 13-10-1937; 16-10-1937.

b) wegens het venten met een verkeerd artikel:
29- 8-1936; 26-11-1936; 3-12-1936; 3-1-1937; 23-4-1937;
28- 4-1937; 29- 4-1937; 1- 5-1937; 5-5-1937; 9-6-1938;
19- 6-1938; 2-11-1938. Het document is een formeel disciplinair verzoek binnen de Amsterdamse gemeentelijke administratie. De kern van de zaak is een incident op 8 juni 1940 op de Ten Katemarkt, waarbij de gebroeders Bloemist zich schuldig maakten aan "zeer ernstig wangedrag".

De directeur heeft de bevoegdheid om zelf een korte schorsing van 14 dagen op te leggen, wat hij ook direct heeft gedaan. Echter, vanwege de ernst van het incident en de indrukwekkende lijst met eerdere overtredingen van I. Bloemist, acht de directeur een zwaardere straf noodzakelijk. Hij verzoekt het College van Burgemeester en Wethouders (B&W) om een uitsluiting van drie maanden.

De lijst met processen-verbaal onderaan toont aan dat I. Bloemist een recidivist was op het gebied van marktreglementen. Tussen 1935 en 1938 werd hij herhaaldelijk beboet voor het venten zonder vergunning en het verkopen van goederen waarvoor hij geen toestemming had ("verkeerd artikel"). Opvallend is de hoge frequentie van deze overtredingen, soms meerdere malen per maand. De datum van het document, 15 juni 1940, is historisch significant. Dit is precies één maand na de Nederlandse capitulatie aan nazi-Duitsland. Hoewel het document een alledaagse administratieve kwestie betreft (marktdiscipline), bevond Amsterdam zich in de beginfase van de bezetting.

De "Wethouder voor de Levensmiddelen" had een cruciale rol, aangezien de voedselvoorziening en distributie door de oorlogsomstandigheden steeds meer onder druk kwamen te staan. Markten waren essentieel voor de voedselvoorziening van de stadsbevolking. Handhaving van de orde en de reglementen op deze markten werd door het gemeentebestuur dan ook zeer serieus genomen om chaos of zwarte handel te voorkomen. De Bloemist-familie was voor de marktopzichters duidelijk een bekend probleemgeval in de Amsterdamse volkswijken.

Samenvatting

Het document is een formeel disciplinair verzoek binnen de Amsterdamse gemeentelijke administratie. De kern van de zaak is een incident op 8 juni 1940 op de Ten Katemarkt, waarbij de gebroeders Bloemist zich schuldig maakten aan "zeer ernstig wangedrag".

De directeur heeft de bevoegdheid om zelf een korte schorsing van 14 dagen op te leggen, wat hij ook direct heeft gedaan. Echter, vanwege de ernst van het incident en de indrukwekkende lijst met eerdere overtredingen van I. Bloemist, acht de directeur een zwaardere straf noodzakelijk. Hij verzoekt het College van Burgemeester en Wethouders (B&W) om een uitsluiting van drie maanden.

De lijst met processen-verbaal onderaan toont aan dat I. Bloemist een recidivist was op het gebied van marktreglementen. Tussen 1935 en 1938 werd hij herhaaldelijk beboet voor het venten zonder vergunning en het verkopen van goederen waarvoor hij geen toestemming had ("verkeerd artikel"). Opvallend is de hoge frequentie van deze overtredingen, soms meerdere malen per maand.

Historische Context

De datum van het document, 15 juni 1940, is historisch significant. Dit is precies één maand na de Nederlandse capitulatie aan nazi-Duitsland. Hoewel het document een alledaagse administratieve kwestie betreft (marktdiscipline), bevond Amsterdam zich in de beginfase van de bezetting.

De "Wethouder voor de Levensmiddelen" had een cruciale rol, aangezien de voedselvoorziening en distributie door de oorlogsomstandigheden steeds meer onder druk kwamen te staan. Markten waren essentieel voor de voedselvoorziening van de stadsbevolking. Handhaving van de orde en de reglementen op deze markten werd door het gemeentebestuur dan ook zeer serieus genomen om chaos of zwarte handel te voorkomen. De Bloemist-familie was voor de marktopzichters duidelijk een bekend probleemgeval in de Amsterdamse volkswijken.

Locaties

Amsterdam (afgeleid van straatnamen als Ten Katestraat en 3e Oosterparkstraat).

Gerelateerde Documenten 6