Handgeschreven brief (bezwaarschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (bezwaarschrift). 11 juli 1940. A. Bloemist, Vrolikstraat 163 III, Amsterdam (O). De Weledele Heer Directeur van het Marktwezen, Amsterdam. No 27/39/coM. 1940 n/7
Amsterdam, 11 Juli 1940
De Weledele Heer Directeur
v/h Marktwezen
Amsterdam
Weledele Heer,
Door de goede orde deel ik Ued mee,
dat ik per 2 juli van B en W een schrijven
heb ontvangen dat ik wegens „ernstig wan-
gedrag” voor de tijd van drie maanden geen plaats
op een der markten mag bezetten.
Dit schijnt op een misverstand
te berusten, daar ik mij van enig „wangedrag”
niet bewust ben.
Derhalve verzoek ik Ued. tendien-
aangaande te worden gehoord.
In afwachting,
Verblijf inmiddels,
Met de meeste
Hoogachting
A. Bloemist
A Bloemist
Vrolikstraat 163 III
Amsterdam (O)
p/s van dit schrijven heb ik een
afschrift aan B en W gezonden.
AB * Inhoud: De afzender, A. Bloemist, protesteert tegen een besluit van Burgemeester en Wethouders (B en W) waarbij hem voor drie maanden de toegang tot de Amsterdamse markten is ontzegd. De reden voor deze sanctie is "ernstig wangedrag". De afzender ontkent dit wangedrag en verzoekt om een hoorzitting om zijn kant van het verhaal te doen.
* Toon: De brief is formeel en beleefd ("Weledele Heer", "Ued", "Met de meeste Hoogachting"), wat gebruikelijk was voor officiële correspondentie in die tijd. Het gebruik van "Door de goede orde" geeft aan dat de schrijver zijn administratieve zaken formeel wil vastleggen.
* Opmerkelijke details: De afzender heeft een kopie (afschrift) van deze brief naar B en W gestuurd, wat getuigt van een zekere mate van juridisch bewustzijn of ervaring met bureaucratische processen. * Historische periode: De brief is geschreven in juli 1940, slechts twee maanden na de Nederlandse capitulatie. Hoewel het dagelijks leven en de marktreglementering in eerste instantie volgens de oude Nederlandse regels doorgingen, vonden er onder de oppervlakte al verschuivingen plaats in het stadsbestuur onder druk van de bezetter.
* Locatie: De Vrolikstraat in Amsterdam-Oost was een typische volksbuurt waar veel marktkooplieden woonden.
* Sociaal-economisch: Een verbod van drie maanden om op de markt te staan ("geen plaats op een der markten mag bezetten") betekende voor een kleine zelfstandige in 1940 een acute dreiging van armoede, aangezien er weinig tot geen sociale vangnetten waren voor dergelijke situaties.
* Administratieve achtergrond: De markten in Amsterdam stonden onder strikt toezicht van de Dienst van het Marktwezen. "Wangedrag" kon variëren van ruzie met inspecteurs tot het overtreden van prijsvoorschriften of staanplaatsregels. In de vroege bezettingsjaren werden dergelijke maatregelen soms ook politiek of etnisch gemotiveerd, hoewel dat uit deze specifieke tekst niet direct blijkt. A. Bloemist Marktwezen