Archiefdocument
Origineel
17 juli 1940 (17/7) Directie Marktwezen.
No 27/49/1 M. 1940 17/7
1) Dikwijls komt het voor dat vaste plaatshouders, geheel
onafhankelijk van hun wil, door onvoorziene omstandig-
heden, een weinig later komen en dan hun plaats reeds aan
een ander is toegewezen. De verslagenheid en bitterheid is be-
grijpelijk, als blijkt dat hij den stallenverhuurder, koffiehuis-
houder of winkelier, die over een telefoon beschikt tele-
fonisch had verzocht, den marktambtenaar te willen
mededeelen dat hij, door een geldig motief een weinig
later zijn plaats zou bezetten, doch dat deze had ver-
zuimd, of geen gelegenheid had, ons daarmede in ken-
nis te stellen. De plhouder [plaatshouder] beroept zich erop dat, in een
vergadering, die is gehouden voor het vaststellen van
noodzakelijke ordebepalingen op de markt Ten Katestraat,
van de zijde van het Marktwezen is toegezegd dat,
wanneer een vaste plhouder door onvoorziene omstandig-
heden of door een geldig motief een weinig later komt,
hij bij voorafgaande mededeeling, evenwel de beschikking
houdt over zijn plaats. De losse of vaste plhouder die
bij opschuiving overeenkomstig de bepalingen de vacante
plaats bij toewijzing heeft ingenomen, is daarna niet gene-
gen deze, ten behoeve van den te laat gekomen plhouder,
~~deze~~ te verlaten terwijl op de overbelaste markt geen andere
plaats beschikbaar is. Daarna ontstaat dan dikwijls
een heftig tumult en een groote volksoploop, die zich
in twee partijen formeert en dan heftige discussies, pro-
en contra, voeren. Mij is dan ook toegezegd dat men
geen telefonische boodschappen wil aannemen en dat * Kernprobleem: Er ontstaat sociale onrust op de markt wanneer een vaste koopman iets te laat komt door overmacht. Hoewel er afspraken lijken te zijn over het 'vasthouden' van de plek na een telefonische melding, gaat dit in de praktijk mis.
* Escalatie: Het document beschrijft levendig hoe dit leidt tot "heftig tumult" en "groote volksoploop". Dit wijst op een gespannen sfeer op de markt, waarbij het publiek en andere kooplieden zich direct met het conflict bemoeien.
* Bestuurlijke frictie: Er is een duidelijke discrepantie tussen wat er in vergaderingen is toegezegd aan de marktkooplui en de dagelijkse uitvoering door marktambtenaren (die blijkbaar weigeren telefonische meldingen via derden aan te nemen).
* Taalgebruik: Het taalgebruik is formeel-ambtelijk ("verslagenheid en bitterheid", "in kennis te stellen"), maar beschrijft zeer menselijke en chaotische situaties. Dit document dateert van juli 1940, slechts twee maanden na de Nederlandse capitulatie en het begin van de Duitse bezetting. Hoewel de tekst specifiek over marktordening gaat, moet de "overbelaste markt" en de snelle escalatie naar "tumult" gezien worden in het licht van de beginnende schaarste en de algemene maatschappelijke spanning in Amsterdam tijdens de vroege bezettingsjaren. De Ten Katemarkt was (en is) een volksmarkt in de Kinkerbuurt; dergelijke locaties waren brandhaarden voor sociale onrust als de regels als onrechtvaardig werden ervaren. De referentie aan de "stallenverhuurder" of "koffiehuishouder" met een telefoon herinnert aan een tijd waarin particuliere telefonie nog geen gemeengoed was en men afhankelijk was van lokale tussenpersonen voor communicatie met instanties.