Zakelijke brief (doorslag op dun papier).
Origineel
Zakelijke brief (doorslag op dun papier). 10 september 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). Den Heer S. Piller, Lastageweg 9 I, Amsterdam-Centrum. extra
vP/HG.
den Heer S.Piller,
Lastageweg 9 I,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 1.
27/62/2 M. 10 September 1940.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 19 Augustus jl. bericht ik
U, dat U vanaf heden wederom regelmatig van Uw voorkeurskaart voor
de markt Ten Katestraat moet gebruik maken, daar de bedoelde kaart
anders zal worden ingetrokken, overeenkomstig de desbetreffende
bepalingen van het Reglement op de Markten.
De Directeur, De brief is een officiële sommatie aan een markthandelaar, de heer S. Piller. Uit de tekst blijkt dat de heer Piller na een eerdere correspondentie (zijn brief van 19 augustus 1940) wordt gesommeerd om zijn standplaats op de Ten Katemarkt in Amsterdam-West weer structureel te bezetten.
De "voorkeurskaart" was een bewijs dat een handelaar recht gaf op een vaste standplaats. Volgens het marktreglement kon dit recht vervallen als de handelaar zonder geldige reden afwezig bleef. De toon van de brief is strikt bureaucratisch; het niet voldoen aan de eis zal direct leiden tot het intrekken van de vergunning. De handgeschreven notitie "extra" bovenin suggereert dat dit dossier of deze specifieke brief extra aandacht behoefde of buiten de reguliere poststroom viel. Dit document is gedateerd op 10 september 1940, slechts vier maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de brief op het eerste gezicht een puur administratieve handeling van de gemeente Amsterdam lijkt, is de historische context van belang.
De heer S. Piller (Salomon Piller) was een Joodse Amsterdammer. De Lastageweg, waar hij woonde, lag in een buurt met een aanzienlijke Joodse populatie. In de herfst van 1940 begonnen de Duitse bezetter en de meewerkende Nederlandse overheid met het systematisch in kaart brengen en beperken van Joodse economische activiteiten.
Hoewel de volledige verbanning van Joodse handelaren naar specifieke "Joodse markten" pas in 1941 plaatsvond, illustreert deze brief de bureaucratische druk waaronder markthandelaren stonden. Voor Joodse handelaren was het in deze periode vaak al lastiger om aan voorraad te komen of hun werk ongestoord uit te voeren, wat een reden voor afwezigheid op de markt zou kunnen zijn geweest. De dreiging met het intrekken van de voorkeurskaart was een effectief middel om controle uit te oefenen op de verdeling van schaarse standplaatsen. S. Piller Gemeente Amsterdam Marktwezen