Handgeschreven ambtelijke notitie of beschikking.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie of beschikking. 29 augustus 1940. 27/63/1 E Appelboom plh 326 Ten Katestr
Kan b.v. worden toegestaan zich
te doen assisteeren door G. Velsen
geb. 27-6 1902. Ik verzoeke daarbij
uitdrukkelijk te bepalen dat de plh.
Appelboom bij zijn stal aanwezig
moet zijn, doordat G. Velsen hem
niet mag vervangen.
Amsterdam 29-8 '40
[Onleesbare handtekening/paraf] Het document is een instructie of besluit betreffende de dagelijkse gang van zaken op de markt in de Ten Katestraat in Amsterdam. De afkorting "plh." staat in deze context zeer waarschijnlijk voor plaatshebber (marktkraamhouder).
De essentie van het schrijven is dat de heer E. Appelboom toestemming krijgt om zich te laten assisteren door G. Velsen (geboren op 27 juni 1902). Er wordt echter een scherpe voorwaarde gesteld: Appelboom moet zelf fysiek aanwezig blijven bij zijn "stal" (marktkraam). Velsen fungeert puur als hulp en mag de plaatshebber niet vervangen. De blauwe lijn en de formele formulering wijzen op een officieel besluit van een toezichthouder, zoals de marktinpectie of een politiefunctionaris belast met marktwezen. De datum van het document, 29 augustus 1940, is cruciaal. Nederland bevond zich op dat moment in de eerste maanden van de Duitse bezetting. De bureaucratische controle op de handel en het openbare leven werd in deze periode aangescherpt.
De achternaam "Appelboom" was in het Amsterdam van die tijd een veelvoorkomende Joodse naam. Veel Joodse Amsterdammers waren werkzaam op de markten, zoals de Ten Katemarkt in de Kinkerbuurt. In de loop van 1940 en 1941 voerden de bezetters steeds meer beperkende maatregelen in voor Joodse ondernemers en marktkooplui, wat uiteindelijk leidde tot hun verbanning van de reguliere markten naar specifieke "Joodse markten" en later hun deportatie.
Deze specifieke notitie kan gelezen worden als een uiting van de strikte handhaving van marktverordeningen in een tijd waarin de vrijheid van Joodse burgers stap voor stap werd ingeperkt. De eis van persoonlijke aanwezigheid was een manier om te voorkomen dat vergunningen indirect werden overgedragen of dat handelaren zich aan direct toezicht onttrokken. E. Appelboom G. Velsen Marktwezen