Administratief bijblad/notitiekaart van een gemeentelijke instantie (waarschijnlijk Marktwezen Amsterdam).
Origineel
Administratief bijblad/notitiekaart van een gemeentelijke instantie (waarschijnlijk Marktwezen Amsterdam). [Stempel linksboven]
B I J B L A D V A N :
M. No. 27/76/1 1940
DOORGEZONDEN: 9/9
[Bovenzijde, handgeschreven]
721 (potlood)
J. v.d. Gaast . pl. 17 ten Katestraat
aardappelen
[Rechtsboven, handgeschreven]
th. vrij
rapport
11-9-40
deHaar
[Midden, handgeschreven]
Den Heer v. Breda kan m.i. worden
bericht, dat van zijn klacht
goede nota is genomen.
(Zie rapport marktopzichter)
16-9-40
deHaar
[Rechtsmidden, handgeschreven]
v.d Gaast
Oproepen
16-9-40
deHaar
v.d.G.
[Linksonder, handgeschreven]
v. d Gaast bij mij ontboden.
Hij zal zorg dragen
dat geen klachten
meer inkomen.
18-9-40
deHaar
[Onderaan, diversen]
18/9/40 VB (geparafeerd)
27/76/2 (rode inkt)
4.
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016
--- Dit document betreft de afhandeling van een consumentenklacht op de Amsterdamse Ten Katemarkt in de begindagen van de Duitse bezetting.
- De Klacht: Een zekere heer v. Breda heeft een klacht ingediend over J. v.d. Gaast, die op standplaats 17 aardappelen verkoopt. De aard van de klacht wordt niet expliciet genoemd, maar een rapport van de marktopzichter (gedateerd 11-9-40) vormt de basis voor het onderzoek.
- De Procedure:
- Op 16 september besluit de ambtenaar (deHaar) dat de klager geïnformeerd moet worden dat de klacht in behandeling is genomen ("goede nota is genomen").
- Tegelijkertijd wordt v.d. Gaast officieel opgeroepen voor een gesprek.
- Op 18 september verschijnt v.d. Gaast ("bij mij ontboden"). Hij belooft beterschap en zegt toe dat er geen nieuwe klachten meer zullen volgen.
- Bureaucratie: Het gebruik van "Model No. 14" van "Algemene Zaken" duidt op een gestandaardiseerde werkwijze binnen de gemeentelijke administratie. De rode nummering (27/76/2) geeft aan dat dit blad een vervolg is op het hoofddossier.
--- Het document dateert van september 1940, slechts vier maanden na de capitulatie van Nederland. Hoewel het land bezet was, bleven de civiele overheidsapparaten (zoals de marktinspectie) aanvankelijk functioneren volgens de bestaande Nederlandse wet- en regelgeving.
De handel in aardappelen was in deze periode cruciaal. Vanwege de beginnende schaarste en de invoering van de distributie (de aardappelkaart werd in 1940 ingevoerd) hield de overheid streng toezicht op de kwaliteit, prijs en eerlijke handel op de markten. Een klacht over een basisproduct als aardappelen werd daarom zeer serieus genomen door de marktopzichters om onrust onder de bevolking te voorkomen en de voedselvoorziening ordelijk te laten verlopen. J. v.d. Gaast M. No Marktwezen