Archief 745
Inventaris 745-320
Pagina 234
Dossier 11
Jaar 1940
Stadsarchief

Officieel oproepingsformulier/archiefkaart van de Marktinspectie (waarschijnlijk Amsterdam).

20 september 1940 (met aantekeningen tot 23 september 1940).

Origineel

Officieel oproepingsformulier/archiefkaart van de Marktinspectie (waarschijnlijk Amsterdam). 20 september 1940 (met aantekeningen tot 23 september 1940). (Gedrukte tekst is in zwart, handgeschreven toevoegingen tussen [ ], rode tekst apart vermeld)

[Linkerzijde]
Opgeroepen per [rode inkt: geldt voor allen]
(datum) [20-9-40 of 23/9] (uur) [9 uur..]
wegens niet geregeld bezetten plaats
op de markt [Pr. Kattenburg]
[V.K.H. 404]
[(Maandag 23/9 '40)] [Middag/9/40?]

Aan
[Mw. N. Pakter-Pachter]
[Pl. Doklaan 6]

№ 20/39/1 M. 1940 (stempel)

[Rechterzijde]
Aanteekeningen Inspecteur:
[aan oproeping geen]
[gevolg gegeven.]
[intrekken]
[23-9-'40]
[de Boer] (handtekening)

23 SEP. 1940 (datumstempel)
[opb] (paraaf) * Onderwerp: Dit document is een officiële waarschuwing of oproep aan een marktkoopvrouw. Mevrouw Pakter-Pachter wordt ter verantwoording geroepen omdat zij haar vaste staanplaats (V.K.H. 404 - Vaste Kraam Houder) op de markt (waarschijnlijk Kattenburgerplein/gracht) niet regelmatig bezet.
* Verloop: De betrokkene werd opgeroepen voor een gesprek op 20 of 23 september 1940 om 9:00 uur. Uit de aantekeningen van de inspecteur blijkt dat zij niet is verschenen ("aan oproeping geen gevolg gegeven"). Als sanctie wordt voorgesteld de vergunning in te trekken ("intrekken").
* Administratieve context: De stempels en de rode aantekening "geldt voor allen" wijzen op een gestroomlijnd proces waarbij standplaatshouders die niet kwamen opdagen direct hun rechten verloren. * Historische periode: Het document dateert van september 1940, vier maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland.
* Joodse context: De naam Pakter-Pachter en het adres Plantage Doklaan 6 (gelegen in de Plantagebuurt, grenzend aan de Joodse buurt in Amsterdam) duiden erop dat het hier om een Joodse marktkoopvrouw gaat. Naatje Pakter-Pachter (geboren in 1883) woonde inderdaad op dit adres.
* Betekenis: In de beginfase van de bezetting werden Joodse ondernemers en marktkooplieden steeds vaker geconfronteerd met beperkende maatregelen en administratieve pesterijen. Het niet bezetten van een kraam kon een gevolg zijn van de toenemende dreiging of restricties. Voor de autoriteiten was dit een bureaucratische aanleiding om Joodse marktvergunningen in te trekken, nog voordat de formele uitsluiting van Joden van markten in 1941 werd voltooid. Mevrouw Pakter-Pachter is in 1942 in Auschwitz vermoord; dit document is een getuigenis van hoe zij haar middelen van bestaan in de vroege bezettingsjaren verloor.

Samenvatting

  • Onderwerp: Dit document is een officiële waarschuwing of oproep aan een marktkoopvrouw. Mevrouw Pakter-Pachter wordt ter verantwoording geroepen omdat zij haar vaste staanplaats (V.K.H. 404 - Vaste Kraam Houder) op de markt (waarschijnlijk Kattenburgerplein/gracht) niet regelmatig bezet.
  • Verloop: De betrokkene werd opgeroepen voor een gesprek op 20 of 23 september 1940 om 9:00 uur. Uit de aantekeningen van de inspecteur blijkt dat zij niet is verschenen ("aan oproeping geen gevolg gegeven"). Als sanctie wordt voorgesteld de vergunning in te trekken ("intrekken").
  • Administratieve context: De stempels en de rode aantekening "geldt voor allen" wijzen op een gestroomlijnd proces waarbij standplaatshouders die niet kwamen opdagen direct hun rechten verloren.

Historische Context

  • Historische periode: Het document dateert van september 1940, vier maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland.
  • Joodse context: De naam Pakter-Pachter en het adres Plantage Doklaan 6 (gelegen in de Plantagebuurt, grenzend aan de Joodse buurt in Amsterdam) duiden erop dat het hier om een Joodse marktkoopvrouw gaat. Naatje Pakter-Pachter (geboren in 1883) woonde inderdaad op dit adres.
  • Betekenis: In de beginfase van de bezetting werden Joodse ondernemers en marktkooplieden steeds vaker geconfronteerd met beperkende maatregelen en administratieve pesterijen. Het niet bezetten van een kraam kon een gevolg zijn van de toenemende dreiging of restricties. Voor de autoriteiten was dit een bureaucratische aanleiding om Joodse marktvergunningen in te trekken, nog voordat de formele uitsluiting van Joden van markten in 1941 werd voltooid. Mevrouw Pakter-Pachter is in 1942 in Auschwitz vermoord; dit document is een getuigenis van hoe zij haar middelen van bestaan in de vroege bezettingsjaren verloor.

Gerelateerde Documenten 6