Bureaucratische notitie/memo op een voorgedrukt formulier (Alg. Zaken Model No. 14).
Origineel
Bureaucratische notitie/memo op een voorgedrukt formulier (Alg. Zaken Model No. 14). 15 oktober 1940 (met latere administratieve aantekeningen op 16 en 17 oktober). [Stempel linksboven:]
BIJBLAD VAN:
M. No. 27/82/40 1940
DOORGEZONDEN: 16/10
[Rechtsboven:]
839
[Hoofdtekst:]
Het verzoek van I. Cohen kan m.i.
niet worden ingewilligd.
Aan Cohen kan worden bericht dat
zijn plaats op de markt Ten Katestraat
per 14 October j.l. is ingetrokken.
15-10-’40
de Haan [ondertekend]
[Aantekeningen onderaan:]
17/10/40 [gevolgd door initialen, mogelijk AS]
27/82/40 [in rood potlood/krijt]
2.
[Voetnoot:]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Het document is een korte, ambtelijke beslissing betreffende een marktvergunning in Amsterdam. De ambtenaar (De Haan) adviseert of besluit dat een verzoek van een zekere I. Cohen niet wordt gehonoreerd. In plaats daarvan wordt geconstateerd dat zijn staanplaats op de markt in de Ten Katestraat reeds per 14 oktober 1940 is ingetrokken.
De tekst is kort en zakelijk, kenmerkend voor de ambtelijke correspondentie uit die tijd. De afkorting "m.i." staat voor "mijns inziens" en "j.l." voor "jongstleden". De diverse nummers en data onderaan en in de stempel duiden op de administratieve verwerking binnen het gemeentelijk apparaat. Dit document is historisch zeer significant vanwege de datum en de naam van de betrokkene. Het is gedateerd oktober 1940, slechts enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog.
De naam "I. Cohen" duidt op een persoon van Joodse afkomst. Vrijwel direct na de inval begonnen de bezetter en de collaborerende overheid met het invoeren van anti-Joodse maatregelen. Een van de eerste terreinen waarop Joden werden uitgesloten, was het economische leven en de openbare ruimte, waaronder de markten.
De Ten Katemarkt in Amsterdam-West was een plek waar veel Joodse handelaren werkzaam waren. Vanaf het najaar van 1940 werden Joodse marktkooplieden stelselmatig van de reguliere markten geweerd en hun vergunningen ingetrokken, vaak onder het mom van "ordemaatregelen" of administratieve herzieningen. Dit document is een direct bewijs van deze vroege fase van de Jodenvervolging in Nederland: de bureaucratische uitsluiting die voorafging aan de latere deportaties.