Ambtelijke notitie / Correspondentieblad (Bijblad) van de Gemeente Amsterdam.
Origineel
Ambtelijke notitie / Correspondentieblad (Bijblad) van de Gemeente Amsterdam. 14 oktober 1940 (met verwerkingsdatum 16 oktober 1940). [Linksboven, in stempel]:
BIJBLAD VAN:
M. No. 27/85/1 1940
DOORGEZONDEN: 7/10
[Hoofdtekst]:
J.M. Konicek - Lijmont
pl 137 Ten Katestraat
Is gewaarschuwd geregeld
op markt te komen.
Het verzoek van Konicek moet m.i. worden
afgewezen.
Aan Konicek moet worden bericht dat
hij ~~of zijn echtgenoote~~ de plaats op de markt Ten Katestraat
geregeld, d.w.z. minstens twee maal
per week moet innemen, daar anders
de plaats wordt ingetrokken.
14 - 10 - '40
d'Altaer
[Onderaan toegevoegd]:
16/10/40 AS
27/85/2
2.
[Linksonder, drukwerk]:
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Dit document betreft een disciplinaire maatregel of een formele waarschuwing aan een marktkoopman/-vrouw op de Ten Katemarkt in Amsterdam. Uit de notities blijkt dat J.M. Konicek-Lijmont (standplaats 137) niet regelmatig genoeg aanwezig is op de markt.
Er is sprake van een specifiek verzoek van Konicek dat door de behandelend ambtenaar (ondertekend met d'Altaer, een bekende functionaris van het Amsterdamse Marktwezen) wordt afgewezen. De sanctie is helder: als de standplaats niet minimaal twee keer per week wordt bezet, vervalt de vergunning ("wordt ingetrokken"). Opvallend is de doorhaling "of zijn echtgenoote", wat suggereert dat de regelgeving werd aangescherpt wat betreft persoonlijke aanwezigheid van de vergunninghouder zelf. Het document dateert van oktober 1940, aan het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de tekst een standaard administratieve afhandeling van marktreglementen lijkt, was de controle op de Amsterdamse markten in deze periode zeer streng. De Ten Katestraat in Amsterdam-West was een belangrijke volksmarkt.
In deze periode begonnen de bezettingsautoriteiten en het gemeentebestuur ook met het inventariseren en later uitsluiten van Joodse marktkooplieden, al is uit dit specifieke document niet direct op te maken of dat hier een rol speelt; het lijkt hier primair te gaan over de 'opkomstplicht' die essentieel was om de doorstroming en het economisch nut van de marktplaatsen te garanderen in een tijd van toenemende schaarste. De handtekening 'd'Altaer' verwijst naar de administratie van het Marktwezen, dat destijds zetelde aan de Amstel. J.M. Konicek M. No Gemeente Amsterdam Marktwezen