Ambtelijke notitie/bijblad betreffende marktvergunningen.
Origineel
Ambtelijke notitie/bijblad betreffende marktvergunningen. 15 oktober 1940. [Stempel linksboven:]
BIJBLAD VAN:
M. No. 27/91/1 1940
DOORGEZONDEN: [onleesbaar initiaal]
[Tekst bovenin:]
J. Nadort pl 34 Ten Katestraat 852
[Hoofdtekst:]
Het verzoek van J. Nadort moet m.i. worden afgewezen.
Aan Nadort moet worden bericht, dat hij zijn plaats op de markt aan de Ten Katestraat geregeld, d.w.z. twee maal per week, moet innemen, daar anders zijn plaats wordt ingetrokken.
15-10-’40
de Haan.
[Aantekeningen onderaan:]
3.
27/91/2 [in rood potlood]
17/110/40
AB [geparafeerd]
[Linksonder voorgedrukte tekst:]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Het document is een interne ambtelijke beschikking betreffende een marktkoopman genaamd J. Nadort, die een standplaats (nummer 34) had op de Ten Katemarkt in Amsterdam. Uit de tekst blijkt dat de ambtenaar (mogelijk de heer De Haan) adviseert om een niet nader gespecificeerd verzoek van Nadort af te wijzen.
De kern van de beslissing is een waarschuwing: Nadort wordt gesommeerd zijn standplaats "geregeld" (minimaal tweemaal per week) te bezetten. Indien hij dit nalaat, zal zijn vergunning worden ingetrokken. Dit duidt op een streng handhavingsbeleid ten aanzien van de bezettingsgraad op de Amsterdamse markten in die periode, mogelijk om leegstand te voorkomen of om de doorstroming van vergunningen te bevorderen. Dit document dateert van oktober 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de marktmeester en de gemeentelijke administratie in deze fase nog grotendeels volgens de bestaande Nederlandse bureaucratische regels opereerden, vond er een striktere controle plaats op economische activiteiten.
De Ten Katestraat is historisch een van de belangrijkste marktstraten van Amsterdam-West. In 1940 en 1941 veranderde de regelgeving op de markten drastisch door de anti-Joodse maatregelen van de bezetter, waarbij Joodse handelaren uiteindelijk werden geweerd van de algemene markten. Hoewel uit dit specifieke document niet direct blijkt of Nadort een Joodse achtergrond had, past de strikte handhaving van de aanwezigheidsplicht in het bredere plaatje van de toenemende regulering en controle op de Amsterdamse markten tijdens de oorlogsjaren. J. Nadort M. No