Archiefdocument
Origineel
De Directeur (vermoedelijk van de Gemeentelijke Marktdienst Amsterdam) Den Heer J. Nadort, Frans Halsstraat 83 I, Amsterdam-Zuid Extra
VP/HG.
den Heer J.Nadort,
Frans Halsstraat 83 I,
Amsterdam-Zuid.
Wijk 14.
27/91/4 M. 7 November 1940.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 22 October jl. verleen ik U hierbij gedurende ten hoogste twee maanden na dato dezes uitstel van Uw verplichting om regelmatig Uw plaats op de markt Ten Katestraat te bezetten, mits U zorgdraagt, dat het ook tijdens Uw afwezigheid verschuldigde marktgeld wekelijks wordt betaald.
De Directeur, Dit document is een officiële beschikking van een gemeentelijke instantie in Amsterdam aan een marktkoopman, de heer J. Nadort. De kern van de brief is de toekenning van een tijdelijk uitstel (maximaal twee maanden) van de 'bezetplicht'.
In de regelgeving voor markten was het essentieel dat een vergunninghouder fysiek aanwezig was op zijn standplaats om zijn rechten te behouden. Nadort had op 22 oktober een verzoek ingediend om hiervan te mogen afwijken. De directeur gaat hiermee akkoord, maar stelt de strikte voorwaarde dat de financiële afdracht aan de gemeente (het marktgeld) ononderbroken wekelijks moet worden doorbetaald, ook al wordt er geen handel gedreven.
De brief is kort en zakelijk van toon, kenmerkend voor de ambtelijke correspondentie van die tijd. De datum van de brief, 7 november 1940, is van groot historisch belang. Nederland bevond zich op dat moment in de eerste maanden van de Duitse bezetting tijdens de Tweede Wereldoorlog.
De Ten Katemarkt in Amsterdam-West was (en is) een belangrijke volksmarkt. In deze periode begonnen de bezettingsautoriteiten met het invoeren van steeds restrictievere maatregelen tegen de bevolking, en specifiek tegen de Joodse bevolking, die sterk vertegenwoordigd was in de Amsterdamse markthandel. Hoewel uit dit specifieke document de reden van de afwezigheid van de heer Nadort niet direct blijkt, past een dergelijk verzoek om uitstel van de bezetplicht in het beeld van een tijd waarin het dagelijks leven en de uitoefening van beroepen voor velen steeds moeilijker of onmogelijk werd gemaakt door de oorlogsomstandigheden of vervolging.
Het feit dat de bureaucratie rondom de marktgelden onverstoord doorging, illustreert hoe het ambtelijke apparaat onder de bezetting in eerste instantie volgens de bestaande regels bleef functioneren. J. Nadort