Ambtelijke correspondentie (brief/advies).
Origineel
Ambtelijke correspondentie (brief/advies). 13 november 1940. Vermoedelijk een ambtenaar of opzichter van het Marktwezen (ondertekend door G.J. Moerhuizen). De Inspecteur van het Marktwezen te Amsterdam. Advies op 27/11 40 M/s. [Linksboven genoteerd]
Den Heer Inspecteur
v/h Marktwezen
Alhier.
Naar aanleiding van bijgaand verzoek van J. de Kort-
Sterkenburg, pl. 151 AC, diene het volgende:
Mw. de Kort is handelaarster in gerookte aal.
Sinds 19 Oct. l.l. is door haar geen marktplaats bezet,
omreden er geen handel is om te rooken.
Eigenaardig doet het echter aan, dat de overige ge-
rookte aalverkoopers wel hun marktplaats innemen,
zij het dan met geringere hoeveelheden.
Mw. de Kort is echter een hoofdvrouw, die hoofdzakelijk op
Zaterdagen in den zomer met groote hoeveelheden gerookte
aal de AC markt pleegt te bezoeken, des winters officieel
ziek is (zie doktersverklaringen!) en op andere dagen als den
Zaterdag het niet zoo nauw neemt met het reglementair
plaatsbezetten.
Om een juist overzicht te verstrekken met toelichting
betreffende bovenstaande beweringen is niet mogelijk,
sinds het presentiemateriaal bij den boekhouder moet wor-
den ingeleverd.
Ik geef U dan ook in overweging diens advies in te
winnen.
Amsterdam, 13 Nov 40
(w.g. G.J. Moerhuizen) [Handtekening] De kern van dit document is een ambtelijk onderzoek naar de afwezigheid van een marktkoopvrouw op de Albert Cuypmarkt. Mevrouw De Kort-Sterkenburg voert als reden voor haar afwezigheid aan dat er een gebrek is aan paling om te roken.
De rapporteur trekt haar argumentatie echter in twijfel op basis van drie punten:
1. Concurrentievergelijking: Andere palingverkopers zijn wel aanwezig, alhoewel met kleinere voorraden.
2. Historisch patroon: De verkoopster wordt getypeerd als een "hoofdvrouw" (een grote handelaarster) die selectief aanwezig is: enkel op lucratieve zomerdagen (zaterdagen) en in de winter structureel afwezig is met een beroep op ziekte.
3. Reglementering: De rapporteur suggereert dat zij de regels omtrent aanwezigheid ("plaatsbezetten") niet strikt naleeft.
Het advies eindigt met een bureaucratische hindernis: de officiële presentielijsten zijn voor controle bij de boekhouder, waardoor een definitief feitelijk overzicht op dat moment ontbreekt. De Inspecteur wordt geadviseerd om het oordeel van de boekhouder af te wachten. Dit document is geschreven in november 1940, slechts enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode begon de schaarste aan producten merkbaar te worden, wat in de brief wordt aangehaald als excuus ("geen handel om te rooken"). De marktmeesters hanteerden strikte regels voor de standplaatsen op de Albert Cuypmarkt om te voorkomen dat handelaren enkel de "krenten uit de pap" (zoals de drukke zaterdagen in de zomer) visten zonder hun sociale en reglementaire verplichtingen op andere dagen na te komen. De term "hoofdvrouw" duidt hier waarschijnlijk op een handelaarster met een aanzienlijke omzet of een centrale positie binnen die specifieke branche op de markt. De Kort (Mevrouw) G.J. Moerhuizen J. de Kort Marktwezen