Officiële brief/correspondentie.
Origineel
Officiële brief/correspondentie. 26 januari 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten, Amsterdam). Mej. A. Vogel, Rapenburgerstraat 91 III, Amsterdam-Centrum. [Rechtsboven, handgeschreven:]
Zev. M. de Raer.
[Midden boven:]
vP/HG.
[Linksboven:]
28/6/2 M.
[Midden, handgeschreven:]
Verzonden 26/1-'40.
[Rechtsmidden:]
26 Januari 1940.
[Adresseringsblok:]
Mej.A.Vogel,
Rapenburgerstraat 91 III,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 2.
[Inhoud:]
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 12 dezer verleen ik U hierbij tot uiterlijk 17 Februari a.s. uitstel van Uw verplichting om regelmatig Uw plaats op de markt Lindengracht te bezetten, mits U zorg draagt, dat het ook tijdens Uw afwezigheid verschuldigde marktgeld wekelijks wordt voldaan.
[Onderaan:]
De Directeur, * Administratieve context: De brief is een formele reactie op een verzoek van een marktkoopvrouw (Mej. A. Vogel). Het referentienummer "28/6/2 M." en de initialen "vP/HG." duiden op een gestroomlijnde gemeentelijke administratie. De handgeschreven aantekening "Verzonden 26/1-'40" bevestigt de datum van uitgang.
* Inhoudelijke kern: Mej. Vogel krijgt toestemming om haar vaste plek op de Lindengracht-markt tijdelijk (tot 17 februari) niet te bezetten. De voorwaarde is echter strikt: het marktgeld moet wel gewoon wekelijks betaald blijven worden. Dit wijst op het belang van de inkomsten voor de gemeente, ongeacht de aanwezigheid van de koopman/vrouw.
* Locatie: De Lindengracht is een bekende marktlocatie in de Amsterdamse Jordaan. De Rapenburgerstraat, waar de geadresseerde woonde, lag in de toenmalige Joodse buurt van Amsterdam. * Historische periode: De brief dateert van januari 1940, tijdens de mobilisatieperiode in Nederland, slechts enkele maanden voor de Duitse inval in mei 1940. Het dagelijks leven, inclusief de marktregels, functioneerde op dat moment nog volgens de normale Nederlandse bureaucratische procedures.
* Sociale context: Veel marktkooplieden in Amsterdam waren in die tijd van Joodse afkomst, wat in combinatie met het adres in de Rapenburgerstraat een sterke indicatie geeft over de achtergrond van Mej. Vogel. In de oorlogsjaren die volgden, zouden de regels voor Joodse marktkooplieden drastisch en op brute wijze veranderen door de anti-Joodse maatregelen van de bezetter. Deze brief toont echter nog de 'zakelijke' verhouding tussen de burger en de gemeentelijke marktmeester aan de vooravond van die veranderingen.