Archief 745
Inventaris 745-322
Pagina 191
Dossier 29
Jaar 1940
Stadsarchief

Handgeschreven brief.

4 januari 1940. Van: S. Lam, Ruyschstraat 131, Amsterdam. Aan: Directie Marktwezen, Amsterdam. Dossier: 30/6

Origineel

Handgeschreven brief. 4 januari 1940. S. Lam, Ruyschstraat 131, Amsterdam. Directie Marktwezen, Amsterdam. Nº 30/6 // M. 1940 $^O/_1$
Amsterdam 4 Januari 1940

Directie
Marktwezen
Amsterdam

uitgep.

Mijneheeren!

Aangezien ik door omstan-
digheden mijn standplaats op het
Waterlooplein eenigen tijd niet kan
innemen, verzoek ik U beleefd, de
toch aan te mogen houden, zullende
de kosten toch door mij voldaan worden.

Hoogachtend
S. Lam
Ruyschstraat 131.

P.S. Ik deed dit verzoek einde
December reeds abusief aan
het bureau Waterlooplein.

30 In deze brief verzoekt de heer of mevrouw S. Lam de Directie Marktwezen om toestemming voor het tijdelijk onbezet laten van een standplaats op de markt op het Waterlooplein. De schrijver geeft aan dat dit wegens "omstandigheden" is, zonder deze nader te specificeren.

Cruciaal in het verzoek is de toezegging dat de verschuldigde kosten (staangeld) wel gewoon doorbetaald zullen worden. Dit is bedoeld om de rechten op de standplaats te behouden voor wanneer de afzender weer in staat is de markt te bezoeken. Uit het postscriptum blijkt dat de briefschrijver de aanvraag eind december al bij het verkeerde loket (het lokale bureau op het Waterlooplein zelf) had ingediend, en dit nu corrigeert door zich direct tot de directie te wenden.

De toon van de brief is uiterst formeel en beleefd, passend bij de zakelijke correspondentie met een gemeentelijke instantie in die tijd. De brief is gedateerd op 4 januari 1940. Dit is slechts vier maanden voor de Duitse inval in Nederland in mei 1940. Het Waterlooplein was in die periode het centrum van de Amsterdamse Joodse buurt en de daar gevestigde dagmarkt was wereldberoemd.

Hoewel de naam "Lam" en het adres in de Ruyschstraat (in de Oosterparkbuurt, een wijk met destijds veel Joodse bewoners) niet uitsluitend Joods hoeven te zijn, is het zeer waarschijnlijk dat de afzender deel uitmaakte van de Joodse handelsgemeenschap van de stad. Voor veel kleine handelaren op het Waterlooplein was hun standplaats hun enige bron van inkomsten. Het feit dat men bereid was door te betalen zonder de plek te gebruiken, onderstreept hoe waardevol een vaste standplaats op deze markt was. In de oorlogsjaren die volgden, zouden de regels voor Joodse marktkooplieden steeds strenger worden, tot zij uiteindelijk geheel van de markten werden verdreven. P.S. Ik S. Lam Marktwezen

Samenvatting

In deze brief verzoekt de heer of mevrouw S. Lam de Directie Marktwezen om toestemming voor het tijdelijk onbezet laten van een standplaats op de markt op het Waterlooplein. De schrijver geeft aan dat dit wegens "omstandigheden" is, zonder deze nader te specificeren.

Cruciaal in het verzoek is de toezegging dat de verschuldigde kosten (staangeld) wel gewoon doorbetaald zullen worden. Dit is bedoeld om de rechten op de standplaats te behouden voor wanneer de afzender weer in staat is de markt te bezoeken. Uit het postscriptum blijkt dat de briefschrijver de aanvraag eind december al bij het verkeerde loket (het lokale bureau op het Waterlooplein zelf) had ingediend, en dit nu corrigeert door zich direct tot de directie te wenden.

De toon van de brief is uiterst formeel en beleefd, passend bij de zakelijke correspondentie met een gemeentelijke instantie in die tijd.

Historische Context

De brief is gedateerd op 4 januari 1940. Dit is slechts vier maanden voor de Duitse inval in Nederland in mei 1940. Het Waterlooplein was in die periode het centrum van de Amsterdamse Joodse buurt en de daar gevestigde dagmarkt was wereldberoemd.

Hoewel de naam "Lam" en het adres in de Ruyschstraat (in de Oosterparkbuurt, een wijk met destijds veel Joodse bewoners) niet uitsluitend Joods hoeven te zijn, is het zeer waarschijnlijk dat de afzender deel uitmaakte van de Joodse handelsgemeenschap van de stad. Voor veel kleine handelaren op het Waterlooplein was hun standplaats hun enige bron van inkomsten. Het feit dat men bereid was door te betalen zonder de plek te gebruiken, onderstreept hoe waardevol een vaste standplaats op deze markt was. In de oorlogsjaren die volgden, zouden de regels voor Joodse marktkooplieden steeds strenger worden, tot zij uiteindelijk geheel van de markten werden verdreven.

Genoemde Personen 2

Locaties

Waterlooplein

Producten

A.G.F. (Aardappelen): Aardappel A.G.F. (Aardappelen): Klei A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit Kruidenier (Droog): Meel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Marktwezen

Gerelateerde Documenten 3