Archief 745
Inventaris 745-322
Pagina 238
Dossier 29
Jaar 1940
Stadsarchief

Ambtsbrief / Dienstcorrespondentie.

17 februari 1940. Van: De Directeur (van een niet nader gespecificeerde gemeentelijke afdeling, mogelijk de Gemeentelijke Gezondheidsdienst of een gerelateerde instelling). Aan: den Heer Directeur voor Maatschappelijken Steun, Reguliersdwarsstraat 65-71, Amsterdam-Centrum.

Origineel

Ambtsbrief / Dienstcorrespondentie. 17 februari 1940. De Directeur (van een niet nader gespecificeerde gemeentelijke afdeling, mogelijk de Gemeentelijke Gezondheidsdienst of een gerelateerde instelling). den Heer Directeur voor Maatschappelijken Steun, Reguliersdwarsstraat 65-71, Amsterdam-Centrum. [Links boven, getypt:] HG.
[Midden boven, handgeschreven:] extra
[Rechts boven, handgeschreven:] Lenc M. de Kaer

[Links, getypt:]
30/18/2 M.
1

[Rechts, getypt:]
17 Februari 1940.

[Adresblok:]
den Heer Directeur voor
Maatschappelijken Steun,
Reguliersdwarsstraat 65-71,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 5.

[Inhoud:]
In bijlage dezes heb ik de eer U een afschrift
te doen toekomen van een op 14 Februari jl. door S.Speyer,
Waterlooplein 25 II, aan mij gerichten brief. Ik verzoek
U beleefd mij te doen mededeelen, of Speyer voornoemd is
te beschouwen als een persoon, die - op grond van het
feit, dat hij onderhoudsplichtige bloedverwanten heeft -
geen volledige ondersteuning van het Gemeentelijke Bureau
voor Maatschappelijken Steun ontvangt, doch wiens finan-
cieele omstandigheden overigens volkomen gelijk zijn te
stellen met die van hen, die wel volledige ondersteuning
ontvangen.

De Directeur, In deze brief vraagt een onbekende directeur (vermoedelijk van een andere Amsterdamse gemeentelijke dienst) om opheldering aan de Directeur van Maatschappelijke Steun over de financiële status van een zekere heer S. Speyer. Speyer heeft op 14 februari zelf een brief gestuurd (waarschijnlijk met een verzoek om hulp of een klacht), waarvan een kopie is bijgevoegd.

De kern van de vraag is bureaucratisch en sociaal-juridisch van aard: de afzender wil weten of Speyer slechts gedeeltelijke steun ontvangt omdat hij familieleden heeft die wettelijk verplicht zijn bij te dragen aan zijn onderhoud (onderhoudsplichtige bloedverwanten). De schrijver suggereert dat Speyer qua eigen vermogen of inkomen in dezelfde armoedige situatie verkeert als mensen die wél recht hebben op volledige steun, maar dat de aanwezigheid van familie de hoogte van de uitkering drukt. De brief is geschreven in februari 1940, slechts drie maanden voor de Duitse inval in Nederland. De locatie van de betrokkene, Waterlooplein 25, lag in het hart van de toenmalige Joodse buurt van Amsterdam. De naam Speyer is een veelvoorkomende Joodse achternaam.

In deze periode was de armoede in Amsterdam groot, en het 'Gemeentelijk Bureau voor Maatschappelijken Steun' (gevestigd aan de Reguliersdwarsstraat) was de instantie die de zogenaamde 'steun' (sociale bijstand) uitvoerde. De regelgeving was streng: de 'onderhoudsplicht' betekende dat de gemeente pas bijsprong als familieleden (ouders, kinderen) absoluut niet konden betalen. Dit leidde vaak tot schrijnende situaties waarbij mensen tussen wal en schip vielen. Dit document is een typerend voorbeeld van de formele, ambtelijke manier waarop in die tijd over individuele gevallen van armoede werd gecorrespondeerd. M. de Kaer S. Speyer

Samenvatting

In deze brief vraagt een onbekende directeur (vermoedelijk van een andere Amsterdamse gemeentelijke dienst) om opheldering aan de Directeur van Maatschappelijke Steun over de financiële status van een zekere heer S. Speyer. Speyer heeft op 14 februari zelf een brief gestuurd (waarschijnlijk met een verzoek om hulp of een klacht), waarvan een kopie is bijgevoegd.

De kern van de vraag is bureaucratisch en sociaal-juridisch van aard: de afzender wil weten of Speyer slechts gedeeltelijke steun ontvangt omdat hij familieleden heeft die wettelijk verplicht zijn bij te dragen aan zijn onderhoud (onderhoudsplichtige bloedverwanten). De schrijver suggereert dat Speyer qua eigen vermogen of inkomen in dezelfde armoedige situatie verkeert als mensen die wél recht hebben op volledige steun, maar dat de aanwezigheid van familie de hoogte van de uitkering drukt.

Historische Context

De brief is geschreven in februari 1940, slechts drie maanden voor de Duitse inval in Nederland. De locatie van de betrokkene, Waterlooplein 25, lag in het hart van de toenmalige Joodse buurt van Amsterdam. De naam Speyer is een veelvoorkomende Joodse achternaam.

In deze periode was de armoede in Amsterdam groot, en het 'Gemeentelijk Bureau voor Maatschappelijken Steun' (gevestigd aan de Reguliersdwarsstraat) was de instantie die de zogenaamde 'steun' (sociale bijstand) uitvoerde. De regelgeving was streng: de 'onderhoudsplicht' betekende dat de gemeente pas bijsprong als familieleden (ouders, kinderen) absoluut niet konden betalen. Dit leidde vaak tot schrijnende situaties waarbij mensen tussen wal en schip vielen. Dit document is een typerend voorbeeld van de formele, ambtelijke manier waarop in die tijd over individuele gevallen van armoede werd gecorrespondeerd.

Genoemde Personen 2

Locaties

Waterlooplein

Producten

A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Fruit): Peren Olie & Techniek: Machine Olie & Techniek: Olie Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Vleeswaren: Hart Vleeswaren: Vlees

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Gerelateerde Documenten 3