Getypte brief met handgeschreven kanttekeningen.
Origineel
Getypte brief met handgeschreven kanttekeningen. 9 april 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Marktwezen van de Gemeente Amsterdam). [Handgeschreven, rechtsboven:] Len. M. de Raai.
[Getypt, midden boven:] VP/HG. [Handgeschreven:] extra
[Getypt, links:] 30/23/2 M.
[Getypt, rechts:] 9 April 1940.
[Adres, rechts:]
den Heer E. Kool,
Lepelstraat 84 hs,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 10.
[Inhoud:]
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 6 Maart jl. bericht ik U, dat U zich desgewenscht voor een plaats op de markt Zwanenburgwal kunt laten inschrijven op het hoofdkantoor van mijn dienst. Uw verzoek om U weder in het bezit te stellen van de plaats, die U voorheen op de bovengenoemde markt bezette, kan niet voor inwilliging in aanmerking komen. Alvorens U zich opnieuw laat inschrijven, dient U een bedrag van f 0,60 te betalen, wegens door U verschuldigd achterstallig marktgeld.
[Onderschrift, rechts:]
De Directeur, Deze brief is een formeel antwoord van een gemeentelijke instantie in Amsterdam aan de heer E. Kool. De kern van de brief is de afwijzing van een verzoek om een specifieke, voorheen bezette marktplaats op de Zwanenburgwal terug te krijgen. Hoewel de heer Kool zich wel opnieuw mag inschrijven voor een (andere) plaats op die markt, wordt hieraan de voorwaarde verbonden dat hij eerst een schuld van 60 cent aan achterstallig marktgeld voldoet.
De toon is zakelijk en bureaucratisch, kenmerkend voor ambtelijke correspondentie uit die tijd. De vermelding "Wijk 10" was destijds de gebruikelijke administratieve indeling van de stad. De brief is gedateerd op 9 april 1940, exact één maand voor de Duitse inval in Nederland. Het document geeft een inkijkje in het dagelijks leven en de strikte gemeentelijke administratie in Amsterdam aan de vooravond van de bezetting.
De locatie is van historisch belang: de Lepelstraat en de markt op de Zwanenburgwal bevonden zich in het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt. Gezien deze adressen is de kans zeer groot dat de heer E. Kool van Joodse afkomst was. In de jaren die volgden op deze brief, zouden de marktkooplieden op de Zwanenburgwal en de bewoners van de Lepelstraat zwaar getroffen worden door de anti-Joodse maatregelen van de bezetter. De Zwanenburgwalmarkt was een vitale plek voor de Joodse gemeenschap; naarmate de vervolging toenam, werd de markt eerst beperkt tot alleen Joodse kooplieden en klanten, voordat deze uiteindelijk geheel verdween. E. Kool M. de Raai Gemeente Amsterdam Marktwezen