Archief 745
Inventaris 745-326
Pagina 69
Dossier 90
Jaar 1940
Stadsarchief

Getypte brief op officieel briefpapier.

16 oktober 1940. Van: Directie van het Marktwezen, Amsterdam. Aan: Den Heer Ph. Witteboon, Centrale Markt C 12, Amsterdam-West.

Origineel

Getypte brief op officieel briefpapier. 16 oktober 1940. Directie van het Marktwezen, Amsterdam. Den Heer Ph. Witteboon, Centrale Markt C 12, Amsterdam-West. [Handgeschreven: verzonden 16/10]

DIRECTIE VAN HET MARKTWEZEN,

37/2/44 M.1940 16 October 1940.

Amsterdam-West,
Jan van Galenstraat 14.

Aan
den Heer Ph.Witteboon,
Centrale Markt C 12,
Amsterdam-West.

In bijlage dezes heb ik de eer U het geregistreerde huurcon-
tract betreffende een door U gehuurde pakhuisafdeling op de Centra-
le Markt te doen toekomen.
Ik verzoek U beleefd rekening te houden met het feit, dat,
ingevolge het bepaalde in artikel 1619 van het Burgerlijk Wetboek re-
paratiën, zooals van rolluiken, ruiten, sloten, enz., voor Uw reke-
ning zijn.
Tevens breng ik, voor zoo ver noodig, in herinnering, dat ar-
tikel 8 van het contract verbiedt om reclamemiddelen of aankondi-
gingen te Uwen behoeve of ten behoeve van derden aan of op het ge-
huurde aan te brengen, zonder mijn schriftelijke toestemming. U gelie-
ve zich in alle gevallen, waarin U tot het aanbrengen van eenig bord
of andere aanduiding wenscht over te gaan, vóóraf met mij te verstaan.

De Directeur, Deze brief is een formele, zakelijke mededeling van de Directie van het Marktwezen aan een huurder op de Centrale Markt in Amsterdam. De toon is beleefd en bureaucratisch. De brief dient als geleidebrief bij een officieel huurcontract en benadrukt specifiek twee contractuele verplichtingen:
1. Onderhoud: De huurder is verantwoordelijk voor kleine herstellingen (zoals hang- en sluitwerk en ruiten), gebaseerd op het toenmalige Burgerlijk Wetboek.
2. Reclameuitingen: Er geldt een verbod op het aanbrengen van borden of reclame zonder uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van de directeur.

De brief is representatief voor de administratieve gang van zaken bij de Amsterdamse markten in het midden van de 20e eeuw. De datum van de brief, 16 oktober 1940, plaatst het document in de vroege fase van de Duitse bezetting van Nederland. De Centrale Markt aan de Jan van Galenstraat was op dat moment het logistieke hart van de voedselvoorziening in Amsterdam.

De ontvanger, Philip Witteboon, was een bekende Joodse koopman in aardappelen en fruit. De brief toont de continuïteit van de normale gemeentelijke bureaucreatie in die periode. Echter, kort na deze datum zouden de anti-Joodse maatregelen van de bezetter de bedrijfsvoering van Joodse ondernemers zoals Witteboon drastisch gaan beperken en uiteindelijk onmogelijk maken (via de zogenaamde 'arisering' en liquidatie van Joodse bedrijven). Documenten als deze vormen een belangrijk puzzelstukje in het reconstrueren van de levens en zaken van ondernemers aan de vooravond van de Sjoa.

Samenvatting

Deze brief is een formele, zakelijke mededeling van de Directie van het Marktwezen aan een huurder op de Centrale Markt in Amsterdam. De toon is beleefd en bureaucratisch. De brief dient als geleidebrief bij een officieel huurcontract en benadrukt specifiek twee contractuele verplichtingen:
1. Onderhoud: De huurder is verantwoordelijk voor kleine herstellingen (zoals hang- en sluitwerk en ruiten), gebaseerd op het toenmalige Burgerlijk Wetboek.
2. Reclameuitingen: Er geldt een verbod op het aanbrengen van borden of reclame zonder uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van de directeur.

De brief is representatief voor de administratieve gang van zaken bij de Amsterdamse markten in het midden van de 20e eeuw.

Historische Context

De datum van de brief, 16 oktober 1940, plaatst het document in de vroege fase van de Duitse bezetting van Nederland. De Centrale Markt aan de Jan van Galenstraat was op dat moment het logistieke hart van de voedselvoorziening in Amsterdam.

De ontvanger, Philip Witteboon, was een bekende Joodse koopman in aardappelen en fruit. De brief toont de continuïteit van de normale gemeentelijke bureaucreatie in die periode. Echter, kort na deze datum zouden de anti-Joodse maatregelen van de bezetter de bedrijfsvoering van Joodse ondernemers zoals Witteboon drastisch gaan beperken en uiteindelijk onmogelijk maken (via de zogenaamde 'arisering' en liquidatie van Joodse bedrijven). Documenten als deze vormen een belangrijk puzzelstukje in het reconstrueren van de levens en zaken van ondernemers aan de vooravond van de Sjoa.

Gerelateerde Documenten 6