Handgeschreven brief (verzoekschrift/klacht).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift/klacht). 19 januari 1940. [Stempel/Kenmerk:] Nº 37 / 6 / 2 M. 1940 20/T
[Plaats/Datum:] A’dam 19/1 1940
[Aantekening:] m. v. Boerse
Weled. Heer.
Door ziekte verhinderd kon ik nog niet de markt bezoeken en in mijn vorige brief die u ongetwijfeld gelezen zult hebben was de reden van mijn afwezigheid op de markt reeds vermeld.
Het trof wel erg ongelukkig, want die Zaterdag voor mijn ziekte, die de volgende dag begon, had ik met mijnheer Boerse een onderhoud over betalingsvoorwaarden van mijn plaats, die ik altijd betaald heb en ook gelukkig niets geen schuld aan het Marktwezen heb.
Ik deed de Heer Boerse een voorstel en ging weg met de belofte van mijnheer Boerse dat ik er wel van hooren zou, waar ik ook gaarne mee instemde.
Maar erg groot was mijn verwondering toen mijn zoon gisteren mij vertelde, dat mijn plaats als open plaats en dus te huur stond.
Hiervan zou ik graag opheldering van u verwachten want et zal wel ongetwijfeld een misverstand in dit geval zijn, want ik kan mij niet indenken dat tijdens
[Rechtsonder:] 37 In deze brief beklaagt een marktkoopman zich bij de directie van het Amsterdamse Marktwezen over een dreigend verlies van zijn standplaats. De kernpunten zijn:
- Ziekte: De schrijver is door ziekte afwezig op de markt, waarover hij reeds eerder schriftelijk heeft gerapporteerd.
- Onderhoud met Boerse: Kort voor zijn ziekte heeft de schrijver gesproken met een zekere heer Boerse over de betalingsvoorwaarden van zijn vaste plek. De schrijver benadrukt dat hij geen schulden heeft bij de gemeente.
- Conflict: Ondanks de afspraak dat de heer Boerse nog op het voorstel van de koopman zou terugkomen, heeft de zoon van de schrijver geconstateerd dat de plek als 'open' (vrij) en 'te huur' is aangemerkt.
- Doel: De schrijver eist opheldering en gaat uit van een misverstand. De toon is beleefd doch dringend ("verwachten"). De brief dateert van januari 1940, slechts enkele maanden voor de Duitse inval in Nederland. In deze periode was de Dienst van het Marktwezen in Amsterdam een streng gereguleerde overheidsinstantie. Standplaatsen waren schaars en essentieel voor het levensonderhoud.
Het feit dat de plek als "open plaats" werd aangemerkt terwijl de pachter ziek was, duidt op een bureaucreatie die strikt de regels handhaafde: wie niet op de markt verscheen zonder goedgekeurde reden, liep het risico zijn vergunning te verliezen. De "Heer Boerse" waarnaar verwezen wordt, was vermoedelijk een inspecteur of administratief ambtenaar bij het Marktwezen. De brief geeft een inkijkje in de kwetsbare positie van kleine zelfstandigen in de vooroorlogse crisisjaren, waarbij ziekte direct een bedreiging vormde voor de bedrijfscontinuïteit. Marktwezen