Archief 745
Inventaris 745-326
Pagina 135
Dossier 90
Jaar 1940
Stadsarchief

Getypte brief op officieel briefpapier (fragment).

20 Februari 1940. Aan: den Edel Groot Achtbaren Heer Mr. Dr. J.A. van Thiel, Procureur-Generaal bij het Gerechtshof te Amsterdam.

Origineel

Getypte brief op officieel briefpapier (fragment). 20 Februari 1940. den Edel Groot Achtbaren Heer Mr. Dr. J.A. van Thiel, Procureur-Generaal bij het Gerechtshof te Amsterdam. 37/30/2 M

extra [handgeschreven]

VP/G.

20 Februari 1940.

den Edel Groot Achtbaren Heer
Mr.Dr.J.A.van Thiel,
Procureur-Generaal bij het
Gerechtshof te AMSTERDAM.

Hoog Geachte Heer Van Thiel,

Overeenkomstig onze telephonische afspraak van hedenmorgen heb ik de eer U in bylage dezes een exemplaar van het "Nationale Dagblad" van 18 Januari jl. te doen toekomen.

De betiteling van "joden" en "marxisten", hoe onjuist ook, voor wat my persoonlyk betreft, is waarschynlyk niet objectief beleedigend.

Van meer belang is het feit, dat drie met name genoemde ambtenaren, namelyk Dr.A.van der Laan, Mr.A.van Praag en J.Broerse, resp. Directeur, Secretaris en Bedryfs-chef van het Marktwezen der Gemeente Amsterdam, van terreur en broodroof worden beschuldigd, in de navolgende passages van het bedoelde artikel:

"Overigens schynen deze heeren zich thans zoo
"weinig op hun gemak te voelen, dat ze iederen nationaal-
"socialist, als ze even kunnen, broodeloos maken en van
"de markt verwyderen. Terreur is altyd een probaat middel
"geweest om ongewenschte bezoekers weg te werken en eigen
"onkunde en ongeschiktheid te verbergen.
"Wy gelooven dat de boven geschetste nalatigheid
"de maat wel heeft doen overloopen. Ieder stadsbestuur * Toon: De brief is zeer formeel en zakelijk van toon, passend bij een correspondentie met een hooggeplaatste juridische functionaris.
* Inhoud: De afzender (waarschijnlijk een gemeentelijk functionaris of burgemeester) uit zijn zorgen over een artikel in het "Nationale Dagblad" (het partijblad van de NSB). Hij maakt een onderscheid tussen politieke/raciale diskwalificaties ("joden", "marxisten"), die hij juridisch als minder kansrijk ziet voor een klacht, en de zware beschuldiging van "terreur en broodroof" tegen drie specifieke ambtenaren van het Marktwezen. Deze ambtenaren worden ervan beschuldigd NSB-sympathisanten opzettelijk hun inkomen te ontnemen.
* Personen:
* Mr. Dr. J.A. van Thiel: De Procureur-Generaal in Amsterdam, bekend om zijn vastberaden houding tegenover de NSB en later de bezetter.
* Dr. A. van der Laan, Mr. A. van Praag, J. Broerse: Topfunctionarissen van de Amsterdamse markten. Van Praag, die van Joodse afkomst was, werd later in 1942 in Auschwitz vermoord. * Tijdsgewricht: De brief is gedateerd op 20 februari 1940, slechts enkele maanden voor de Duitse inval in Nederland. De politieke spanningen tussen de overheid en de nationaalsocialistische beweging (NSB) waren in deze periode tot het kookpunt gestegen.
* Juridische achtergrond: In de jaren '30 en begin 1940 probeerde de Nederlandse overheid de NSB via juridische weg in te tomen (bijvoorbeeld door het verbod op uniformen en het ontslag van ambtenaren die lid waren van de NSB). Deze brief illustreert hoe de overheid nauwlettend de uitingen in het NSB-dagblad in de gaten hield op zoek naar strafbare feiten zoals smaad of laster jegens ambtenaren.
* Historische relevantie: De tekst toont de vroege stadia van de vervolging en stigmatisering door de NSB. De geciteerde passage uit het "Nationale Dagblad" keert de rollen om: zij presenteren zichzelf als slachtoffers van "terreur" door het stadsbestuur, een tactiek die veelvuldig door de beweging werd gebruikt. * Mr. Dr. J.A. van Thiel: De Procureur-Generaal in Amsterdam bekend om zijn vastberaden houding tegenover de NSB en later de bezetter.

Samenvatting

  • Toon: De brief is zeer formeel en zakelijk van toon, passend bij een correspondentie met een hooggeplaatste juridische functionaris.
  • Inhoud: De afzender (waarschijnlijk een gemeentelijk functionaris of burgemeester) uit zijn zorgen over een artikel in het "Nationale Dagblad" (het partijblad van de NSB). Hij maakt een onderscheid tussen politieke/raciale diskwalificaties ("joden", "marxisten"), die hij juridisch als minder kansrijk ziet voor een klacht, en de zware beschuldiging van "terreur en broodroof" tegen drie specifieke ambtenaren van het Marktwezen. Deze ambtenaren worden ervan beschuldigd NSB-sympathisanten opzettelijk hun inkomen te ontnemen.
  • Personen:
    • Mr. Dr. J.A. van Thiel: De Procureur-Generaal in Amsterdam, bekend om zijn vastberaden houding tegenover de NSB en later de bezetter.
    • Dr. A. van der Laan, Mr. A. van Praag, J. Broerse: Topfunctionarissen van de Amsterdamse markten. Van Praag, die van Joodse afkomst was, werd later in 1942 in Auschwitz vermoord.

Historische Context

  • Tijdsgewricht: De brief is gedateerd op 20 februari 1940, slechts enkele maanden voor de Duitse inval in Nederland. De politieke spanningen tussen de overheid en de nationaalsocialistische beweging (NSB) waren in deze periode tot het kookpunt gestegen.
  • Juridische achtergrond: In de jaren '30 en begin 1940 probeerde de Nederlandse overheid de NSB via juridische weg in te tomen (bijvoorbeeld door het verbod op uniformen en het ontslag van ambtenaren die lid waren van de NSB). Deze brief illustreert hoe de overheid nauwlettend de uitingen in het NSB-dagblad in de gaten hield op zoek naar strafbare feiten zoals smaad of laster jegens ambtenaren.
  • Historische relevantie: De tekst toont de vroege stadia van de vervolging en stigmatisering door de NSB. De geciteerde passage uit het "Nationale Dagblad" keert de rollen om: zij presenteren zichzelf als slachtoffers van "terreur" door het stadsbestuur, een tactiek die veelvuldig door de beweging werd gebruikt.

Ambtenaren

J. Broerse

Gerelateerde Documenten 6