← Terug
Archief 745
Inventaris 745-326
Pagina 137
Dossier 90
Jaar 1940

Archiefdocument

22 februari 1940. Van: Mr. A. van Praag, Secretaris van het Marktwezen (Amsterdam). Aan: De Officier van Justitie bij de Arrondissements-Rechtbank te 's-Gravenhage.

Samenvatting

In deze brief verzoekt Mr. A. van Praag om een gesprek met de Officier van Justitie naar aanleiding van een artikel in het "Nationale Dagblad". Hij ageert tegen de beschuldigingen van "terreur" en "broodroof" die in dat artikel tegen hem en twee collega's zijn geuit. Van Praag acht de aantijgingen dusdanig ernstig dat hij aandringt op strafrechtelijke vervolging van de verantwoordelijken voor het artikel. De brief is geschreven in een uiterst beleefde, ambtelijke stijl die kenmerkend is voor die periode.

Historische Context

De brief is geschreven in februari 1940, een periode van grote politieke spanning in Nederland, slechts enkele maanden voor de Duitse inval. Het genoemde "Nationale Dagblad" was de officiële krant van de NSB (Nationaal-Socialistische Beweging). De NSB gebruikte dit medium veelvuldig om overheidsfunctionarissen aan te vallen en te delegitimeren. Gezien de naam van de afzender, Mr. A. van Praag, is het zeer waarschijnlijk dat hij vanwege zijn Joodse achtergrond een doelwit was van de nationaalsocialistische propaganda. De brief toont aan hoe ambtenaren in de vooravond van de bezetting probeerden via de bestaande rechtsstaat weerstand te bieden aan lastercampagnes uit extreemrechtse hoek.

Genoemde Personen

A. van Praag

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Marktwezen NSB

Transcriptie

vP/HG. 37/30/3 M. *Naarden 22/2-'40.* 22 Februari 1940. den Edel Achtbaren Heer Officier van Justitie bij de Arrondissements-Rechtbank, te 's - G r a v e n h a g e . Edel Achtbare Heer, In aansluiting aan het telephoon-gesprek, dat ik hedenmiddag met U had, heb ik de eer U te berichten, dat mij eerst onlangs is bekend geworden, dat in het "Nationale Dag- blad" van 18 Januari jl. een artikel voorkomt, getiteld "De lijdensweg bij de Amsterdamsche Markthallen". In dat artikel worden drie met name genoemde ambtenaren der Gemeente Amster- dam, waaronder ik zelf, onder andere beschuldigd van "terreur" en van "broodroof". Ik moge U E.A. beleefd verzoeken, mij een tijdstip te willen berichten, waarop U mij kunt ontvangen, tot het geven van inlichtingen omtrent de onderhavige aangelegenheid, die naar onze bescheiden meening, een strafvervolging nood- zakelijk maakt. Met verschuldigde hoogachting, (Mr.A.van Praag) Secretaris van het Marktwezen.