Dienstrapport / Ambtelijk verslag.
Origineel
Dienstrapport / Ambtelijk verslag. 13 november 1939. Controleur C. Blom. [Linksboven, diagonaal geschreven:] Paalberg
[Midden boven:] Rapport [Onderstreept]
[Rechtsboven:] Nº 37/10/1 M. 1940 10/1
[Daaronder:] M. Müller
Aan den Hr. Procureur
Bedrijfschef C.M.
Ondergetekende Controleur C. Blom rapporteert u het navolgende:
Heden morgen heeft schipper Paalberg in zijn schip genaamd „Morgenster” (groot 29 ton) lading overgenomen van schipper Jac. Prins uit diens schip genaamd „Jonge Jacob” (groot 36 ton).
Dergelijke goederen niet bestemd voor de C.M. maar afkomstig uit Avenhorn, worden voor doorvoer wel eens meer door schipper Paalberg van Prins overgenomen, maar dan gebeurt zulks buiten de C.M.
Door omstandigheden hadden genoemde schippers elkander nu onderweg niet gezien en kwam Paalberg zijn vracht overnemen aan de C.M.
Jac. Prins had nog niet gelost, was dus nog geen kadegeld verschuldigd en had in dit geval buiten de markt kunnen varen en daar overgeven aan Paalberg, dit is dubbelwerk voor de schippers en niet bevorderlijk voor de C.M.
Paalberg heeft nu, gebruik makende van het marktwater, die goederen overgenomen, terwijl door Prins voor die goederen (eenige zakken peen) kadegeld wordt betaald.
Moet Paalberg in dit geval ook kadegeld betalen?
[Rode annotatie aan de linkerzijde:] 1800 kg / (part.) [?]
[Rechtsonder:]
Amsterdam C.M. 13-11-’39
Controleur C Blom [Onderstreept]
[Onderaan midden:] z.o.z.
[Grote handtekening/paraaf over de linkeronderzijde, mogelijk van de Bedrijfschef]
[Groene annotatie onderaan:] afgedaan Dit rapport beschrijft een procedureel dilemma voor de controleurs van de Centrale Markthallen (C.M.) in Amsterdam vlak voor de Tweede Wereldoorlog. De kern van de zaak is een administratief-financieel vraagstuk: wanneer moet er "kadegeld" (liggeld of overslagkosten) betaald worden?
Twee schippers, Paalberg en Prins, voeren gewoonlijk de overslag van goederen (in dit geval 1800 kg peen uit Avenhorn) buiten het terrein van de C.M. uit om kosten te besparen, aangezien de goederen niet voor de Amsterdamse markt bestemd zijn maar voor doorvoer. Door een misverstand ("elkaar onderweg niet gezien") vond de overslag deze keer plaats in het "marktwater" van de C.M.
Controleur Blom stelt een pragmatische vraag: Schipper Prins betaalt al voor zijn aanwezigheid, moet de ontvangende schipper (Paalberg) nu ook apart aangeslagen worden voor het gebruik van het water, ook al is het een efficiëntere werkwijze die "dubbelwerk" voorkomt? De groene notitie "afgedaan" suggereert dat er een beslissing is genomen, waarschijnlijk na overleg met de bedrijfschef. De Centrale Markthallen (C.M.) aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam openden in 1934 en waren het kloppende hart van de voedseldistributie in de stad. Het terrein was streng gereguleerd met eigen havenreglementen en tarieven voor kadegeld.
Het document weerspiegelt de nauwkeurige Nederlandse bureaucratie van die tijd. Zelfs voor een relatief kleine partij van 1800 kg wortelen ("peen") werd een officieel rapport opgesteld om precedenten te scheppen of te volgen wat betreft havenrechten. De datum (november 1939) plaatst het rapport in de periode van de Mobilisatie, vlak voor de Duitse inval, een tijd waarin de controle op voedselstromen en logistiek steeds belangrijker werd.