Archief 745
Inventaris 745-271
Pagina 69
Dossier 4
Jaar 1939
Stadsarchief

Ambtelijke brief / circulaire

30 maart 1939 Van: De Wethouder voor de Pensioenen (H.C.J. Koopman) Aan: Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen enz. Dossier: 601, 611

Origineel

Ambtelijke brief / circulaire 30 maart 1939 De Wethouder voor de Pensioenen (H.C.J. Koopman) Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen enz. [Briefhoofd:]
GEMEENTE AMSTERDAM

No. 601 P.B. / 286 Lm. 1939. [handgeschreven: 286 Lm. 1939.]
Amsterdam, 30 Maart 1939.

Met verwijzing naar mijn circulaires van overeenkomstige strekking, laatstelijk die van 25 Maart 1938, No. 611 P.B., verzoek ik U mij thans, ten behoeve van de raming van het cijfer van den post 719 der Begrooting-1940, wel de volgende opgaven te willen verstrekken ten aanzien van de onder U ressorteerende takken van dienst, op wier jaarlijksche begrooting geen post "Bijdrage aan het Gemeentepensioenfonds" voorkomt, d.z. derhalve de Niet-bedrijven:

I de som der pensioengrondslagen op 15 Maart 1939 van de ambtenaren en werklieden, die op dien datum in pensioengerechtigden dienst der Gemeente waren en die hetzij op of na 1 Mei 1913 voor het eerst in dienst der Gemeente zijn getreden hetzij op laatstgenoemden datum reeds in dienst der Gemeente waren doch dan krachtens voorloopige aanstelling met tijdsbepaling;
(som der pensioengrondslagen met het oog op eigen pensioen);

II de som der pensioengrondslagen op 15 Maart 1939 van alle ambtenaren en werklieden, die op dien datum in pensioengerechtigden dienst der Gemeente waren;
(som der pensioengrondslagen met het oog op gezinspensioen).

Indien mogelijk ontvang ik gaarne tevens een opgave van de vermoedelijke sommen der pensioengrondslagen met het oog op eigen- en gezinspensioen, respectievelijk hierboven sub I en II aangeduid, naar den toestand van 15 Maart 1940 en dien van 15 September 1940. Hiervoor kan, desgewenscht, volstaan worden met een opgave van de vermoedelijke middelsom der beide hierbedoelde sommen van pensioengrondslagen met het oog op eigen pensioen en de vermoedelijke middelsom der beide hierbedoelde sommen van pensioengrondslagen met het oog op gezinspensioen.

Ten slotte gelieve U mij ten aanzien van de bovenaangeduide takken van dienst te willen doen toekomen een nominatieve opgave van de ambtenaren en werklieden, momenteel daar werkzaam, van wie te verwachten is, dat zij in het tijdvak van heden tot en met 30 Juni 1940 zullen worden gepensionneerd, hetzij wegens, in verband met het bereikt hebben van den 55-jarigen leeftijd, bekomen ontslag uit een z.g. slijtende betrekking, hetzij, in de andere gevallen, wegens het bereikt hebben van den 65-jarigen leeftijd, onder opgave van den vermoedelijken datum van ontslag.

Aangenaam zal het mij zijn de hierboven gevraagde gegevens zeer spoedig te mogen ontvangen.
EL
De Wethouder voor de Pensioenen,
[Handtekening: Koopman]

Aan
den Heer Wethouder
voor [handgeschreven: de Levensmiddelen enz.] * Doel van de correspondentie: De brief is een formele opvraag van personeels- en financiële gegevens ten behoeve van de begroting voor het jaar 1940. Concreet gaat het om het berekenen van de pensioenlasten (post 719).
* Inhoudelijke focus: Er wordt onderscheid gemaakt tussen het 'eigen pensioen' (voor de werknemer zelf) en het 'gezinspensioen' (voor nabestaanden). De wethouder vraagt om de huidige stand (maart 1939) en een prognose voor 1940.
* Sociale aspecten: Interessant is de expliciete vermelding van de "slijtende betrekking". Dit verwijst naar fysiek zware beroepen waarbij men reeds op 55-jarige leeftijd met pensioen mocht gaan, in tegenstelling tot de reguliere pensioenleeftijd van 65 jaar.
* Stijl en taal: Het document is opgesteld in de toen gangbare ambtelijke schrijftaal met de genitief ("den post", "der Gemeente") en de oude spelling (vóór de wijziging van 1947, dus met 'begrooting', 'pensioeneering', etc.). * Historische periode: Maart 1939. Dit is de periode vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De Nederlandse overheid en gemeenten waren in deze tijd volop bezig met de professionalisering van hun administratie en sociale voorzieningen, ondanks de economische druk.
* Bestuurlijke context: De ondertekenaar is H.C.J. (Huub) Koopman, die namens de SDAP wethouder was in Amsterdam. Hij had onder andere de portefeuilles Pensioenen en Bedrijven.
* Ontvanger: De brief is gericht aan de wethouder voor "Levensmiddelen enz.". In 1939 was dit een cruciale post vanwege de toenemende dreiging van oorlog en de noodzaak voor voedselvoorziening en distributieplanning. Veel "werklieden" in fysiek zware dienst (zoals gevraagd in de brief) werkten in de sectoren die onder deze wethouder vielen (bijvoorbeeld bij de markten of de distributiediensten). H.C.J. Koopman Gemeente Amsterdam

Samenvatting

  • Doel van de correspondentie: De brief is een formele opvraag van personeels- en financiële gegevens ten behoeve van de begroting voor het jaar 1940. Concreet gaat het om het berekenen van de pensioenlasten (post 719).
  • Inhoudelijke focus: Er wordt onderscheid gemaakt tussen het 'eigen pensioen' (voor de werknemer zelf) en het 'gezinspensioen' (voor nabestaanden). De wethouder vraagt om de huidige stand (maart 1939) en een prognose voor 1940.
  • Sociale aspecten: Interessant is de expliciete vermelding van de "slijtende betrekking". Dit verwijst naar fysiek zware beroepen waarbij men reeds op 55-jarige leeftijd met pensioen mocht gaan, in tegenstelling tot de reguliere pensioenleeftijd van 65 jaar.
  • Stijl en taal: Het document is opgesteld in de toen gangbare ambtelijke schrijftaal met de genitief ("den post", "der Gemeente") en de oude spelling (vóór de wijziging van 1947, dus met 'begrooting', 'pensioeneering', etc.).

Historische Context

  • Historische periode: Maart 1939. Dit is de periode vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De Nederlandse overheid en gemeenten waren in deze tijd volop bezig met de professionalisering van hun administratie en sociale voorzieningen, ondanks de economische druk.
  • Bestuurlijke context: De ondertekenaar is H.C.J. (Huub) Koopman, die namens de SDAP wethouder was in Amsterdam. Hij had onder andere de portefeuilles Pensioenen en Bedrijven.
  • Ontvanger: De brief is gericht aan de wethouder voor "Levensmiddelen enz.". In 1939 was dit een cruciale post vanwege de toenemende dreiging van oorlog en de noodzaak voor voedselvoorziening en distributieplanning. Veel "werklieden" in fysiek zware dienst (zoals gevraagd in de brief) werkten in de sectoren die onder deze wethouder vielen (bijvoorbeeld bij de markten of de distributiediensten).

Genoemde Personen 1

Producten

A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Textiel & Kleding: Band Textiel & Kleding: Kleding Textiel & Kleding: Stof Textiel & Kleding: Textiel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Paling Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Gemeente Amsterdam

Kooplieden in dit dossier 89

A. Cuypstraat Waterlooplein
A. Cuypstraat Waterlooplein 53
A. Bepaling 1.942
A J v Meukekers
A. Markt-, standplaats- en ventgelden (volgn. 87) ......... Waterlooplein $f$ 162.500.—
A v Rijswijk
Bokking kisten 2.127
A. Ontvangsten Waterlooplein „ 3.050.—
C. Blom 25-9-1939
C. Markt Uilenburg 6.490.000,--
C. Markt Uilenburg 104.242,—
C. Markt Uilenburg 6.490.000,--
C. Markt Uilenburg 380.200,--
C. Markt Uilenburg 104.242,--
C. Markt Uilenburg 380.200,—
C. Markt Uilenburg 6.490.000,-- ✓
C. Markt Uilenburg 380.300,-- ✓
C. Markt Uilenburg 104.242,-- ✓
C. Markt Uilenburg 6.490.000,—
C. Markt Uilenburg 104.242,--
C. Markt Uilenburg 380.200,--
Centrale Markt **verlies** Uilenburg 244.000,—
Centrale Markt **verlies** Uilenburg 244.000,--
Centrale Markt verlies Uilenburg 244.000,-- ✓
Alle 89 kooplieden →