G. ter Haar
Bekijk Verhaal ➔AI-Synthese 55
G. ter Haar was een ambtenaar bij het Marktwezen in Amsterdam (functie: inspecteur/ontvanger). Hij was actief in diverse markten waaronder Dapperstraat, Waterlooplein, Albert Cuypstraat, Nieuwmarkt, Gaaspstraat, Centrale Markt, Lindengracht en Vischmarkt. In 1941 was hij betrokken bij administratieve conflicten over huur en distributie van vis. In 1942 fungeerde hij als adres voor briefwisseling gericht aan de Viscentrale. In 1943 en 1944 werd hij benaderd door handelaren voor toewijzingen van mosselen en andere vissoorten.
Lotgevallen
Relaties
Handel
Archiefdocumenten
Formele brief op briefpapier van de bond.
Deze brief vormt een formeel verzoek tot bemiddeling door de vakbond van standwerkers bij de Amsterdamse marktmeester (de 'Chef der markten'). De kern van het geschil is een kleinigheid: een marktkoopman, de heer S. Nebig, vroeg de kramenzetter (de persoon verantwoordelijk voor het opbouwen van de marktkramen) om een uur uitstel van betaling van de huur. De kramenzetter reageerde hierop buitenproportioneel door te dreigen de koopman de week erop een kraam te weigeren. De toon van de brief is uiterst beleefd ("Beleefd wil ond.", "Uw gewaardeerde hulp"), maar de onderliggende boodschap is er een van belangenbehartiging. De bond stelt de principiële vraag of een uitvoerend functionaris zoals een kramenzetter wel de autoriteit heeft om eigenhandig zulke sancties op te leggen zonder overleg met de marktinstanties of de bond. De brief illustreert de strakke organisatie en de korte lijnen tussen de bonden en de gemeentelijke marktautoriteiten in die tijd.
Handgeschreven brief (verzoekschrift).
De brief is een zakelijk verzoek van een marktkoopvrouw (vermoedelijk een ijsverkoopster) aan de Amsterdamse marktmeester. De kern van het probleem is een logistieke vertraging bij de centrale overheid in Den Haag. * **Problematiek:** Mevrouw Blankert-Wouters kan haar standplaats niet innemen omdat zij nog geen "toewijzing" (vergunning of toewijzing van grondstoffen) heeft ontvangen van de Melkcentrale in Den Haag. Zonder deze officiële papieren voor de levering van melk kan zij geen consumptie-ijs produceren of verkopen. * **Doel:** Zij verzoekt om uitstel voor het innemen van haar vaste marktplaats, om te voorkomen dat zij haar rechten op die plek verliest wegens afwezigheid. * **Toon:** De brief is geschreven in een beleefde, formele stijl die gebruikelijk was in correspondentie met overheidsinstanties in die tijd ("WelEd. Heer", "Mijnheer", "verzoek u vriendelijk").
Notulen/Verslag van een vergadering (waarschijnlijk van een gemeenteraadscommissie of een overlegorgaan in Den Haag).
* **Kern van het debat:** De discussie draait om de balans tussen de economische belangen van straatventers en de openbare rust (geluidsoverlast). Er wordt specifiek gesproken over het "luidkeels venten" (het schreeuwend aanpryzen van waren) na 22:00 uur. * **Juridische aanpassing:** De voorzitter stelt een amendement voor op Artikel 19 van de verordening. Door de toevoeging "gehoord het advies van de Permanente Commissie" wordt de macht van het college van B. & W. om vergunningen in te trekken aan banden gelegd door een verplichte adviesronde. * **Sociaal-religieuze context:** Een cruciaal punt in de tekst is de verwijzing naar de Joodse venters. Omdat zij vanwege de sabbat op zaterdag niet konden werken, was het luidkeels venten op andere dagen (waaronder de zondag) essentieel voor hun inkomen. Dit argument leidde in 1913 tot een versoepeling, die Cohen nu weer wil inperken voor de late uren. * **Handhavingsperspectief:** Er is sprake van steun vanuit de politie (Hoofdcommissaris) voor strengere regels tegen "noodeloos lawaai". * **Media-invloed:** De heer Cohen gebruikt een "ingezonden stuk" uit *De Telegraaf* als bewijslast voor de publieke irritatie over het lawaai (elke 4 minuten bellen of schreeuwen).
Brief (verzoekschrift)
* **Inhoud:** De heer L. Vrachtdoender verzoekt om een "dubbele toewijzing" voor de handel in vis. Hij onderbouwt dit door te wijzen op zijn jarenlange ervaring (sinds 1928) en zijn vaste standplaats op de vismarkt (waarschijnlijk de Centrale Markthallen in Amsterdam, gezien de referentie naar "de hal"). * **Taalgebruik:** Het document is opgesteld in formeel, zakelijk Nederlands dat gebruikelijk was voor die tijd ("Weledele Heer", "Ondergetekende"). * **Besluitvorming:** Uit de diverse aantekeningen ("afwijzen") blijkt dat het verzoek niet is ingewilligd. De term "modelbr." suggereert dat er een standaard afwijzingsbrief is verstuurd. * **Archivaria:** De stempels en dossiernummers (zoals 46A/174/1) wijzen op een systematische administratie, waarschijnlijk van een gemeentelijke dienst of marktautoriteit.
Brief (verzoekschrift)
De brief is een formeel verzoek van een marktkoopman (die zichzelf tevens aanduidt als "mede bestuurder van O. 13") aan Inspecteur Ter Haar. De kern van het schrijven betreft een administratieve kwestie rondom een "voorkeurskaart" (v.k. kaart) met nummer 610 voor de Albert Cuypmarkt. De schrijver legt uit dat hij vorig jaar, vanwege een tekort aan fruit, tijdelijk als "losse plaatshouder" op de Albert Cuypmarkt heeft gewerkt. In september is hij echter teruggekeerd naar zijn vaste standplaats aan het Weteringplantsoen. Hij heeft eerder verzocht om de voorkeurskaart voor de Albert Cuypmarkt te mogen behouden (dispensatie), maar omdat een reactie van het "M.W." (Marktwezen) uitbleef, ging hij er vanuit dat zijn verzoek stilzwijgend was ingewilligd.
Een enkel blad gelinieerd papier, waarschijnlijk een voorblad of een deel van een officieel dossier.
De tekst op dit document is zeer beknopt en bevindt zich in de rechteronderhoek van het blad. Het identificeert een persoon, "Inspecteur Ter Haar", en een ambtelijke afdeling of werkterrein, "Marktwezen". De tekst is onderstreept met een decoratieve uithaal, wat wijst op een officiële of formele titulatuur. De positie van de tekst suggereert dat dit blad diende als omslag of identificatiepagina voor een rapport of dossier gericht aan of afkomstig van deze inspecteur.
Brief (handgeschreven)
In deze brief beklaagt de echtgenote van een visventer zich over de oneerlijke verdeling van handelswaar (garnalen) tijdens de Duitse bezetting in 1942. De kernpunten zijn: * **Gezondheid en Werk:** De echtgenoot heeft in de 'werkverschaffing' gezeten, maar is wegens maagklachten ("maaglijder") door een arts afgekeurd voor dit zware werk. Hij is daarom teruggekeerd naar zijn oude beroep als visventer. * **Economische Nood:** De vrouw benadrukt dat zij al 16 jaar hulpbehoevend is en dat het gezin volledig afhankelijk is van de inkomsten uit de vismarkt. * **Onvrede over distributie:** Er is een conflict over de toewijzing van garnalen. De schrijfster klaagt dat een zekere Heer Rozeman alleen de "pelsters" (garnalenpellers) bevoordeelt. Zij vindt dit onrechtvaardig omdat die gezinnen vaak al andere inkomstenbronnen hebben (werkende zoons of mannen), terwijl haar man buiten de boot valt nu het mosselseizoen ten einde loopt en het garnalenseizoen begint.
Handgeschreven verzoekschrift/brief op gelinieerd papier (mogelijk een doorslag of kladversie gezien de afscheuring).
* **Inhoud:** De heer A. van de Kruyf verzoekt om een gesprek met de inspecteur van het Marktwezen. Het onderwerp is de distributie ("verdeeling") van alle binnengekomen vissoorten. * **Administratieve verwerking:** Het document staat vol met ambtelijke verwijzingen. De aantekening "oproepen 2-10-42 gedaan" suggereert dat de afzender inderdaad is uitgenodigd voor het gevraagde onderhoud. De codes (zoals 46a/739/2) verwijzen naar specifieke dossiers of registers van de gemeente Amsterdam. * **Visserij-details:** Er wordt specifiek gesproken over "toew. zeevisch" (toewijzing zeevis) en er wordt gerefereerd aan een "rooker" (visrokerij), wat erop wijst dat de afzender mogelijk professioneel betrokken was bij de vishandel of -verwerking.
Officiële brief/correspondentie.
* **Inhoud:** De brief informeert Mevrouw Peper dat zij een bedrag van 9,50 gulden terugkrijgt van de gemeente Amsterdam. Dit bedrag betreft teveel betaald entreegeld voor de Centrale Markt. De restitutie wordt verleend op "gronden van billijkheid", wat duidt op een coulanceregeling of een correctie van een onredelijke situatie. * **Procedure:** Om het geld te ontvangen moet zij een getekende kwitantie inleveren bij het kantoor aan de Jan van Galenstraat (de locatie van de Centrale Markthallen). Opvallend is de eis dat zij haar entreekaart en legitimatiekaart voor de markt moet inleveren. * **Taalgebruik:** De brief is geschreven in formeel, ambtelijk Nederlands ("U" met hoofdletter, archaïsche spelling zoals "restitutie te verleenen"). * **Administratieve details:** De vermelding "Wijk 11" was een toenmalige indeling van de stad voor administratieve doeleinden.
Document
* **Schrift:** De tekst is geschreven in een elegant en vloeiend cursief handschrift. De decoratieve lussen in de hoofdletters 'A', 'H' en 'T' wijzen op een geoefende hand en een formele context. * **Taalgebruik:** Het gebruik van de naamvallen ("den Heer") is representatief voor de formele Nederlandse schrijftaal van vóór de spellinghervormingen van de 20e eeuw. * **Functie:** De tekst fungeert als adressering. De centrale plaatsing op het papier suggereert dat dit de buitenzijde van een (al dan niet zelf-gevouwen) brief is.
Briefkaart (voorzijde)
Deze briefkaart is verzonden tijdens de Duitse bezetting van Nederland, specifiek op 23 juli 1942. De kaart is gericht aan een inspecteur van het 'Marktwezen' in Amsterdam. Het Marktwezen was gevestigd bij de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat. De administratieve stempels en nummers (No 46A/474/1 en M. 1942) duiden erop dat dit document deel uitmaakte van een officieel archief, waarschijnlijk dat van de Gemeente Amsterdam of de betreffende afdeling Marktwezen. De "M" in het jaartalstempel staat vermoedelijk voor 'Marktwezen'. Het handgeschreven "24/7" bovenin is waarschijnlijk de datum van ontvangst of behandeling (één dag na verzending).
Briefkaart (postzegel van 4 cent "Nederland").
Het betreft de adreszijde van een officiële briefkaart gericht aan een ambtenaar of functionaris van de gemeente Amsterdam. * **Ontvanger:** De heer Ter Haar was werkzaam als inspecteur bij de Viscentrale, een onderdeel van het **Marktwezen** in Amsterdam. De Jan van Galenstraat is de locatie van de Centrale Markthallen (tegenwoordig het Food Center Amsterdam). * **Registratie:** Het paarse stempel linksboven is een registratiestempel van de ontvangende instantie (Marktwezen). De "M" in het stempel staat waarschijnlijk voor "Marktwezen". Het nummer 46^A duidt op een specifieke dossier- of postinschrijving. * **Tijdsperiode:** De kaart is verstuurd tijdens de Duitse bezetting van Nederland, wat te zien is aan het jaartal 1942 en het type postzegel.
Handgeschreven brief (recto).
De brief is een verzoekschrift van een Amsterdamse handelaar aan een ambtenaar of functionaris (de heer Ter Haar) die belast is met de distributie van mosselen. De schrijver, J. T. Schoonenberg, probeert een officiële 'toewijzing' (vergunning of quotum) te verkrijgen om mosselen te mogen verhandelen. Hij geeft aan dat hij door het centrale 'mosselkantoor' is doorverwezen naar Ter Haar. Schoonenberg voert als argument aan dat hij een ervaren handelaar is die voorheen al mosselen betrok van een zekere Jan Prins en deze verkocht via een 'kook' (mosselkokerij) en op de markt. Het taalgebruik is formeel-onderdanig, maar bevat ook een letterlijk citaat van de informele wijze waarop hij bij het kantoor werd aangesproken ("jongen je moet bij Terhaar zijn"). De spelling ("regt", "toe telaten") is typerend voor de periode en het sociaaleconomische milieu van de afzender.
Handgeschreven brief (correspondentie)
* **Afzender:** Een onbekende burger (waarschijnlijk een vishandelaar of iemand met een specifieke toewijzing). * **Geadresseerde:** De heer Ter Haar (mogelijk een ambtenaar bij de Voedselvoorziening of het Marktwezen). * **Inhoud:** De schrijver meldt dat hij al zes weken in het Binnengasthuis (Amsterdam) ligt vanwege een blindedarmontsteking. Vanwege zijn hospitalisatie kan hij niet zelf zijn vis-toewijzing ophalen op de markt. Hij machtigt een zekere 'Verbeek' om dit te doen. Hij wil dat de marktopzichter, de heer Frij, hiervan op de hoogte is, zodat zijn vrouw de vis rechtmatig in ontvangst kan nemen. * **Stijl:** Formeel-administratief, maar met een persoonlijke, dwingende ondertoon vanwege de medische omstandigheden.
Officiële circulaire/brief van de gemeente Amsterdam.
Deze circulaire betreft de administratieve en logistieke afhandeling van een speciale voedselverstrekking ("papverstrekking") voor "ulcus-lijders" (mensen met een maagzweer). Omdat het reguliere oorlogsbrood vaak te zwaar en onverteerbaar was voor deze patiënten, kregen zij medische indicatie voor licht verteerbare pap. De kernpunten uit het document zijn: * **Medische controle:** Alle aanvragen zijn getoetst door het "Geneeskundig Contrôlebureau". Er is een ruimte opengelaten (of dit exemplaar is een blanco kopie) voor de namen van degenen die zijn afgewezen. * **Locaties:** De centrale keukens bevinden zich in de Utrechtschedwarsstraat en op het Bellamyplein. Het hoofdkantoor van de Centrale Voedselvoorziening was gevestigd aan de Jan van Galenstraat (bij de Centrale Markthallen). * **Logistiek:** Instellingen die meer dan 15 liter afnemen, krijgen "gamellen" (metalen transportvaten) in bruikleen, die dezelfde dag voor 14:00 uur retour moeten. * **Tijdslijn:** De regeling gaat in op 11 september 1944.
Koopliedenlijsten
Onbekend — standplaats 3925 - 3729
Relevante Archieffragmenten
M. de Haan.
# TRANSCRIPTIE M^r de Gaer
# TRANSCRIPTIE [Links bovenin een klein merkje, mogelijk een 'i' of vinkje] Molenaar 'B <s>IIII</s> <s>IIII</s> <s>IIII</s> <s>IIII</s> <s>IIII</s> <s>IIII</s> <s>IIII</s> <s>IIII</s> <s>IIII</s> <s>IIII</s> 16/12 '43 Markt Dapperstraat B [onderstreept]
# TRANSCRIPTIE th. A. W. v. d. Haer . —
Div. bylagen (w.o. teek).