Officiële brief/correspondentie.
Origineel
Officiële brief/correspondentie. 30 maart 1942. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Marktwezen). [Rechtsboven, handgeschreven:] [Onleesbaar, mogelijk "W. Richter"]
[Rechtsboven, getypt:] G/HG.
Mww.J.Peper,
Tilanusstraat 30 I,
Amsterdam-Oost.
Wijk 11.
53/22/4 M. 1 30 Maart 1942.
Naar aanleiding van Uw desbetreffend verzoek bericht ik U, dat de Burgemeester van Amsterdam heeft besloten U op gronden van billijkheid restitutie te verleenen van een bedrag, groot ƒ 9,50, zijnde teveel betaald entréegeld voor de Centrale Markt.
Tegen overlegging van bijgaande quitantie, die door U voor voldaan moet zijn geteekend, kunt U vorengenoemd bedrag terugontvangen bij den kassier van mijn dienst, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam-West.
Bovendien is het noodzakelijk, dat U de entréekaart en legitimatiekaart voor de Centrale Markt bij mijn dienst inlevert.
De Directeur, * Inhoud: De brief informeert Mevrouw Peper dat zij een bedrag van 9,50 gulden terugkrijgt van de gemeente Amsterdam. Dit bedrag betreft teveel betaald entreegeld voor de Centrale Markt. De restitutie wordt verleend op "gronden van billijkheid", wat duidt op een coulanceregeling of een correctie van een onredelijke situatie.
* Procedure: Om het geld te ontvangen moet zij een getekende kwitantie inleveren bij het kantoor aan de Jan van Galenstraat (de locatie van de Centrale Markthallen). Opvallend is de eis dat zij haar entreekaart en legitimatiekaart voor de markt moet inleveren.
* Taalgebruik: De brief is geschreven in formeel, ambtelijk Nederlands ("U" met hoofdletter, archaïsche spelling zoals "restitutie te verleenen").
* Administratieve details: De vermelding "Wijk 11" was een toenmalige indeling van de stad voor administratieve doeleinden. * Historische periode: De brief is gedateerd op 30 maart 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland.
* Locatie: De Tilanusstraat in Amsterdam-Oost lag in een buurt met een aanzienlijke Joodse bevolking. De achternaam 'Peper' komt eveneens veelvuldig voor binnen de Joodse gemeenschap van Amsterdam in die tijd.
* Betekenis: In 1941 en 1942 werden Joodse Amsterdammers systematisch uitgesloten van het openbare leven en de handel. Het feit dat Mevrouw Peper haar entree- en legitimatiekaart voor de Centrale Markt moet inleveren, kan een aanwijzing zijn dat zij als Joodse koopvrouw niet langer toegang kreeg tot de markt. De restitutie van het entreegeld kan dan ook gezien worden als de financiële afwikkeling van een gedwongen beëindiging van haar activiteiten aldaar. De Jan van Galenstraat 14 was het adres van het administratiegebouw van de Centrale Markthallen, een plek die tijdens de bezetting streng gecontroleerd werd. J. Peper Peper dat (Mevrouw) Peper haar (Mevrouw) W. Richter Gemeente Amsterdam Marktwezen
Samenvatting
- Inhoud: De brief informeert Mevrouw Peper dat zij een bedrag van 9,50 gulden terugkrijgt van de gemeente Amsterdam. Dit bedrag betreft teveel betaald entreegeld voor de Centrale Markt. De restitutie wordt verleend op "gronden van billijkheid", wat duidt op een coulanceregeling of een correctie van een onredelijke situatie.
- Procedure: Om het geld te ontvangen moet zij een getekende kwitantie inleveren bij het kantoor aan de Jan van Galenstraat (de locatie van de Centrale Markthallen). Opvallend is de eis dat zij haar entreekaart en legitimatiekaart voor de markt moet inleveren.
- Taalgebruik: De brief is geschreven in formeel, ambtelijk Nederlands ("U" met hoofdletter, archaïsche spelling zoals "restitutie te verleenen").
- Administratieve details: De vermelding "Wijk 11" was een toenmalige indeling van de stad voor administratieve doeleinden.
Historische Context
- Historische periode: De brief is gedateerd op 30 maart 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland.
- Locatie: De Tilanusstraat in Amsterdam-Oost lag in een buurt met een aanzienlijke Joodse bevolking. De achternaam 'Peper' komt eveneens veelvuldig voor binnen de Joodse gemeenschap van Amsterdam in die tijd.
- Betekenis: In 1941 en 1942 werden Joodse Amsterdammers systematisch uitgesloten van het openbare leven en de handel. Het feit dat Mevrouw Peper haar entree- en legitimatiekaart voor de Centrale Markt moet inleveren, kan een aanwijzing zijn dat zij als Joodse koopvrouw niet langer toegang kreeg tot de markt. De restitutie van het entreegeld kan dan ook gezien worden als de financiële afwikkeling van een gedwongen beëindiging van haar activiteiten aldaar. De Jan van Galenstraat 14 was het adres van het administratiegebouw van de Centrale Markthallen, een plek die tijdens de bezetting streng gecontroleerd werd.