Handgeschreven ambtelijke mededeling/briefontwerp.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke mededeling/briefontwerp. Mevr. Peper.
Naar aanleiding van Uw desbe-
treffend verzoek bericht ik U, dat de
Burgemeester van Amsterdam heeft
besloten U op gronden van billijkheid
restitutie te verlenen van een bedrag,
groot f 9.50, zijnde te veel betaalde
entreegeld voor de Centrale Markt.
Tegen overlegging van bijgaande
kwitantie, die door U voor voldaan
moet zijn getekend, kunt U voornoemd
bedrag terugontvangen bij
den kassier van mijn dienst, Jan van
Galenstraat 14, Adam-West.
Bovendien is het noodzakelijk, dat
U de entreekaart en legitimatiekaart
van de Centrale Markt bij mijn dienst
inlevert.
D.D.
53/2e/4 M
30/3/42 HB Het document is een officiële kennisgeving aan een zekere mevrouw Peper betreffende een terugbetaling (restitutie). Uit de tekst blijkt dat zij f 9,50 (negen gulden en vijftig cent) te veel heeft betaald aan entreegelden voor de Centrale Markt in Amsterdam. De burgemeester heeft dit besluit genomen op "gronden van billijkheid", wat suggereert dat er geen strikt juridische plicht was, maar dat men het redelijk vond om het geld terug te geven.
De brief bevat specifieke instructies voor de afwikkeling:
1. Er moet een getekende kwitantie worden overlegd.
2. De uitbetaling vindt plaats aan de Jan van Galenstraat 14 (de locatie van de Centrale Markt).
3. De oorspronkelijke entree- en legitimatiekaarten moeten worden ingeleverd, wat erop wijst dat mevrouw Peper waarschijnlijk geen toegang meer behoefde tot de markt of dat haar vergunning werd beëindigd. Dit document dateert van 30 maart 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De "Burgemeester van Amsterdam" in deze periode was de door de bezetter benoemde regeringscommissaris Edward Voûte.
De locatie, Jan van Galenstraat 14, was het administratiegebouw van de Centrale Markthallen (geopend in 1934). De Centrale Markt was het logistieke hart van de voedselvoorziening in Amsterdam.
De naam "Peper" is een veelvoorkomende Joodse achternaam in Amsterdam. Gezien de datum (maart 1942, de periode waarin de anti-Joodse maatregelen intensiveerden en Joden steeds vaker uit het economische leven werden geweerd) en de eis om de legitimatiekaart voor de markt in te leveren, is het historisch aannemelijk dat deze restitutie samenhing met het feit dat de geadresseerde niet langer op de markt mocht werken of deze niet meer mocht bezoeken vanwege de bezettingsmaatregelen. Het inleveren van de kaarten markeert in dat geval de definitieve beëindiging van haar toegang tot dit handelscentrum.
Samenvatting
Het document is een officiële kennisgeving aan een zekere mevrouw Peper betreffende een terugbetaling (restitutie). Uit de tekst blijkt dat zij f 9,50 (negen gulden en vijftig cent) te veel heeft betaald aan entreegelden voor de Centrale Markt in Amsterdam. De burgemeester heeft dit besluit genomen op "gronden van billijkheid", wat suggereert dat er geen strikt juridische plicht was, maar dat men het redelijk vond om het geld terug te geven.
De brief bevat specifieke instructies voor de afwikkeling:
1. Er moet een getekende kwitantie worden overlegd.
2. De uitbetaling vindt plaats aan de Jan van Galenstraat 14 (de locatie van de Centrale Markt).
3. De oorspronkelijke entree- en legitimatiekaarten moeten worden ingeleverd, wat erop wijst dat mevrouw Peper waarschijnlijk geen toegang meer behoefde tot de markt of dat haar vergunning werd beëindigd.
Historische Context
Dit document dateert van 30 maart 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De "Burgemeester van Amsterdam" in deze periode was de door de bezetter benoemde regeringscommissaris Edward Voûte.
De locatie, Jan van Galenstraat 14, was het administratiegebouw van de Centrale Markthallen (geopend in 1934). De Centrale Markt was het logistieke hart van de voedselvoorziening in Amsterdam.
De naam "Peper" is een veelvoorkomende Joodse achternaam in Amsterdam. Gezien de datum (maart 1942, de periode waarin de anti-Joodse maatregelen intensiveerden en Joden steeds vaker uit het economische leven werden geweerd) en de eis om de legitimatiekaart voor de markt in te leveren, is het historisch aannemelijk dat deze restitutie samenhing met het feit dat de geadresseerde niet langer op de markt mocht werken of deze niet meer mocht bezoeken vanwege de bezettingsmaatregelen. Het inleveren van de kaarten markeert in dat geval de definitieve beëindiging van haar toegang tot dit handelscentrum.