Handgeschreven ambtelijke notitie/conceptbericht.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie/conceptbericht. 25 maart 1942 (vastgesteld op basis van de datumstempel). Men. Peper mededeeling
doen van het besluit door
den Burgemeester naar
aanleiding van bijgaande
kwitantie. Nu door haar
getekend moet worden in
tegen afgifte waaraan zij
f 9.50 Terug kan ontvangen
tegen kassa Hoofd-
kantoor Gr. Gld 14.
Tevens verzoeken om de
eigen kaart en legitimatie
kaart in te leveren.
[Linksonder handgeschreven:] acc. model 8
[Stempel:] 25 MAART 1942
[Rond stempel:] (M) De notitie betreft een instructie voor een mededeling aan een "Meneer Peper". De kern van de boodschap is een besluit van de Burgemeester naar aanleiding van een bijgevoegde kwitantie. Een vrouwelijke persoon (vermoedelijk de echtgenote of een familielid van Peper) moet een document ondertekenen. In ruil daarvoor ("tegen afgifte") kan zij een bedrag van 9,50 gulden innen bij de kassa van het hoofdkantoor aan de "Gr. Gld 14" (waarschijnlijk de Gelderskade 14 te Amsterdam, waar indertijd diverse gemeentelijke instanties waren gevestigd).
Opvallend is de dwingende instructie aan het slot: de persoon in kwestie moet haar "eigen kaart" (waarschijnlijk een distributie- of stamkaart) en haar "legitimatiekaart" inleveren. In de context van 1942 was het inleveren van dergelijke papieren vaak een voorbode van administratieve uitsluiting of deportatie. Het document dateert uit maart 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De naam "Peper" is een veelvoorkomende Joodse achternaam in Amsterdam. De combinatie van de datum, de naam en de eis om legitimatiebewijzen en distributiekaarten in te leveren bij een officieel kantoor, wijst sterk op de bureaucratische afwikkeling van de vervolging van de Joodse bevolking. In deze periode werden Joodse burgers stelselmatig beroofd van hun rechten en bezittingen via schijnbaar legale weg (zoals kleine terugbetalingen in ruil voor het inleveren van essentiële persoonsdocumenten). Gelderskade 14 was in die periode een adres dat verbonden was aan het bevolkingsregister en de distributiedienst.
Samenvatting
De notitie betreft een instructie voor een mededeling aan een "Meneer Peper". De kern van de boodschap is een besluit van de Burgemeester naar aanleiding van een bijgevoegde kwitantie. Een vrouwelijke persoon (vermoedelijk de echtgenote of een familielid van Peper) moet een document ondertekenen. In ruil daarvoor ("tegen afgifte") kan zij een bedrag van 9,50 gulden innen bij de kassa van het hoofdkantoor aan de "Gr. Gld 14" (waarschijnlijk de Gelderskade 14 te Amsterdam, waar indertijd diverse gemeentelijke instanties waren gevestigd).
Opvallend is de dwingende instructie aan het slot: de persoon in kwestie moet haar "eigen kaart" (waarschijnlijk een distributie- of stamkaart) en haar "legitimatiekaart" inleveren. In de context van 1942 was het inleveren van dergelijke papieren vaak een voorbode van administratieve uitsluiting of deportatie.
Historische Context
Het document dateert uit maart 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De naam "Peper" is een veelvoorkomende Joodse achternaam in Amsterdam. De combinatie van de datum, de naam en de eis om legitimatiebewijzen en distributiekaarten in te leveren bij een officieel kantoor, wijst sterk op de bureaucratische afwikkeling van de vervolging van de Joodse bevolking. In deze periode werden Joodse burgers stelselmatig beroofd van hun rechten en bezittingen via schijnbaar legale weg (zoals kleine terugbetalingen in ruil voor het inleveren van essentiële persoonsdocumenten). Gelderskade 14 was in die periode een adres dat verbonden was aan het bevolkingsregister en de distributiedienst.